Kunstspot 'De Ploeg voor Dummies'

GRONINGEN

Maandelijks plaatst de Gezinsbode een artikel van Kunstspot, het inspiratieplatform over beeldende en toegepaste kunst geschreven door young professionals, meer verhalen vind je op www.kunstspot.nl.

Door Philip Rozema

Zo. Dus jij wilt De Ploeg beter leren kennen? Goed idee. Deze Groninger kunstkring werd precies honderd jaar geleden in 1918 opgericht en heeft een duidelijke stempel gedrukt op de regionale kunsthistorie. Maar waarom is De Ploeg zo belangrijk? En wat voor kunst maakte dit collectief eigenlijk? Dit is De Ploeg voor Dummies, dé gids voor de Ploeg-leek.

Moeilijk

De bekende Groninger schilders Jozef Israëls, H.W. Mesdag en Taco Mesdag zijn rond 1900 niet meer in Groningen te vinden. Ze zijn vertrokken om elders in het land naam te maken. Dat is veelzeggend: in Groningen hebben vooral jonge kunstenaars het moeilijk. Er zijn slechts een paar kunsthandels, en de kunstkopers kijken vooral naar de kunstenaars die buiten Groningen actief zijn. De jonge kunstenaars die er zijn kunnen al in 1894 (zo’n vier jaar na zijn dood) naar een grote Van Gogh-tentoonstelling die in Groningen georganiseerd wordt. Zo worden ze ondanks het slechte kunstklimaat wel in contact gebracht met de hedendaagse kunst en erdoor geïnspireerd. Zo is er in 1904 nogmaals een Van Gogh-tentoonstelling en in 1913 is er in Pictura een tentoonstelling van Wassily Kandinsky te zien.

Het is ook Pictura dat in 1918 een tentoonstelling van werk van Groningsche kunstenaars en amateurs organiseert. Groninger kunstenaars zien hierdoor een kans om bekendheid te krijgen binnen het moeilijke kunstklimaat. Een paar deelnemers aan de expositie, en een aantal niet-deelnemers, komen later dat jaar samen om De Ploeg op te richten. De naam komt van Jan Altink: hij wilde de Groninger kunstwereld gaan ‘ontginnen’, vruchtbaar maken.

Ernst Ludwig Kirchner

Het groepsgevoel binnen de Ploeg komt al snel tot uitdrukking. Ploeglid Jan Wiegers krijgt in 1920 te maken met een longkwaal en vertrekt met financiële ondersteuning van De Ploeg naar Zwitserland. Hier ontmoet hij de bekende kunstenaar Ernst Ludwig Kirchner, die hem inspireert en allerlei nieuwe technieken bijbrengt. Wanneer Wiegers hersteld is en terug is in Groningen, brengt hij zijn enthousiasme en kennis over op de kunstenaars van De Ploeg, die vervolgens ook volop beginnen te experimenteren.

Hoewel De Ploeg vooral bestaat uit schilders, zijn er ook andersoortige kunstenaars welkom, zoals architecten en beeldhouwers. Mensen kunnen zelfs ‘kunstlievend lid’ worden, ter ondersteuning van De Ploeg. Er wordt wel eerst gestemd of een lid toegelaten wordt of niet. En ook voor elke tentoonstelling wordt een aparte jury aangesteld, wat soms voor felle discussies zorgt.

Gloriedagen

Bij een ongejureerde tentoonstelling in 1921 wordt een scheiding tussen ‘modernen’ en ‘niet-modernen’ zichtbaar. Door gebrek aan inzet wordt het onderkomen van De Ploeg opgeheven. Toch worden de jaren die volgen als de gloriejaren van De Ploeg beschouwd. Zo ontstaan er via De Ploeg verschillende samenwerkingen en worden er periodieke tijdschriften uitgegeven. De Ploegleden zetten elkaar continu op scherp.

In 1926 komt het ongenoegen binnen De Ploeg over de koers die de modernen en niet-modernen willen varen tot een hoogtepunt. Bij een bestuurswisseling nemen de meest vooruitstrevende leden de regie en zij organiseren een expositie in Amsterdam. Het ledenaantal daalt en de voorhoede van de Ploeg is vanaf nu expressionistisch, modern. De Ploeg blijft nog decennia lang actief en organiseert met enige regelmaat tentoonstellingen.

Ploegleden

De Ploeg was geen groep die één bepaalde kunstopvatting hanteerde. Het was eerder een groep kunstenaars die elkaar stimuleerden en gebruik maakten van het feit dat ze samen waren, en dus samen opdrachten konden binnenhalen en tentoonstellingen konden organiseren. De Ploeg heeft veel leden gekend die inmiddels onder veel Groningers bekend zijn, zoals Jan Wiegers, Jan Altink, Johan Dijkstra, Hendrik Werkman, George Martens, Jan Jordens, Jan van der Zee en Job Hansen.

Pas vanaf 1955 begint het Groninger Museum actief werken van levende kunstenaars te verzamelen, en ontstaat er een Ploegcollectie. Extra bijzonder is dat De Ploeg niet alleen uit Groninger kunstenaars bestond, maar ook veel Groningse landschappen en stadstaferelen schilderde. Dat maakt De Ploeg typisch Gronings, en daarmee is het Gronings trots.

De tentoonstelling Avant-garde in Groningen. De Ploeg 1918-1928 is tot en met 4 november 2018 te zien in het Groninger Museum. De informatie uit dit artikel is te danken aan het bijbehorende boek: De Ploeg. Avant-garde in Groningen 1918-1928.