Met P+R Meerstad is de cirkel rond

GRONINGEN

Met de officiële opening van P+R Meerstad sluit het netwerk zich rondom de stad, langs elke belangrijke invalsweg is nu een forensenplek. ‘Groningen is een echte pendelstad. Dat zal altijd zo blijven.’

P+R Meerstad Groningen is vrijdagochtend stipt 8.45 uur geopend met koffie en gebak. En enkele korte toepraken. Gedeputeerde Fleur Gräper-van Koolwijk krijgt als eerste het woord: ‘We hebben er met z’n allen flink wat tijd en middelen in geïnvesteerd, maar de cirkel rond de stad is rond. Het netwerk is dekkend, langs elke belangrijke invalsweg staat een P+R.’ Bijzonder aan deze P+R noemt wethouder Paul de Rook even later de samenwerking met Noorderpoort. Deze onderwijsinstelling huurt de afsluitbare fietsenstalling die inmiddels helemaal is volgeboekt. Wim van de Pol lid College van Bestuur Noorderpoort beschrijft het als een fruitmandje van afspraken die hij maakt met docenten: de lessen beginnen eerder of later, de fiets staat klaar voor gebruik. De stalling wordt symbolisch geopend met een kartonnen groene loper. Noorderpoort is een van de 82 grote bedrijven en instellingen die de stad bereikbaar probeert te houden.

4340 parkeerplaatsen

De stad heeft inmiddels zeven P+R (Park and Ride) terreinen met een capaciteit voor 3400 auto’s. Daarnaast heeft P+R Euroborg/P3 nog eens 740 parkeerplaatsen. De bedoeling van deze gratis parkeerterreinen is dat forensen vanaf hier verder de (binnen)stad intrekken met openbaar vervoer of fiets. P+R Haren en Hoogkerk zijn het populairst blijkt uit cijfers van Groningen Bereikbaar. Na de bouwvak wordt gestart met werkzaamheden voor aanleg van P+R Leek (200 plaatsen). Uiteindelijk komt de capaciteit -na aanleg nieuwe en uitbreiding van bestaande- op totaal 4340 parkeerplaatsen. Vanaf elke P+R rijden lijnbussen en staan (afsluitbare) fietsstallingen.

Volgens Wilko Huyink (59) directeur Groningen Bereikbaar is de nieuw geopende P+R Meerstad qua aanzicht niet veel anders dan de andere: ‘Het is een mooie plek voor forensen uit de richtingen Hoogezand en Ten Boer.’ Maar de verandering van een P+R in de loop van jaren ziet hij wel degelijk: ‘Vroeger was een P+R gewoon een overstapplek. Meer niet. Je stapte uit de auto en ging met de bus verder. Die van nu zijn multi-modaler en je ziet het gebruik ervan groeien. Behalve van auto naar bus, ook van bus naar bus, van auto naar fiets.’

Veel tijd en middelen zitten in voorzieningen rond de stad, zegt gedeputeerde Fleur Gräper-van Koolwijk bij de aftrap. Maar wat is eigenlijk het toverwoord voor bereikbaarheid? Volgens Huyink is dat altijd een combinatie van spreiding, de fiets en het openbaar vervoer. De spits mijden met andere werktijden, thuiswerken, aangepaste lesroosters. En dan met de bus, maar als het even kan het liefst op fiets voor ‘the last mile’ –zoals hij dat noemt- naar de binnenstad.

Of P+R Meerstad eenzelfde toekomst heeft als bijvoorbeeld Hoogkerk sluit hij zeker niet uit. P+R Hoogkerk dient als voorbeeld: ‘Hoogkerk is een soort ‘hub’ geworden met loempiatent en een viskraam. Het is helemaal niet erg dat een P+R een plek is waar je het prettig vindt om over te stappen’, zegt Huyink opgewekt.

Ring Zuid

Met de 7 P+R’s is haast gemaakt vanwege de aanpassing van Ring Zuid. Maar hoe ziet het leven van een P+R er na die tijd uit? Komen ze leeg te staan? De forens kan dan immers weer op z’n gemak met de auto de stad in, is een logische gedachte. Huyink werpt dit tegen. Er zijn volgens hem meerdere redenen om de auto te laten staan, ook wanneer Ring Zuid klaar is. Dat zit ‘em in zorg voor het milieu, gezondheid (meer bewegen), en de portemonnee. ‘De P+R’s zijn er inderdaad met het oog op Ring Zuid, maar daarnaast wel degelijk met een blik op de toekomst. Ring Zuid is naar verwachting over 5 jaar klaar, wat we dan met de P+R’s doen zien we dan wel weer. Ondertussen gaat de gedachte uit naar aanleg van meerdere lange-afstand-fietspaden –zoals de fietssnelweg Groningen Assen- als een vorm van toekomstige mobiliteit. Toch blijven parkeerplaatsen nodig, Groningen is een echte pendelstad. Dat zal altijd zo blijven.’


Auteur

Albert-Jan Garama