Wim Masker column Buitenspel ‘Champions League mooier’

GRONINGEN

Slechts een van de 64 wedstrijden eindigde in 0-0, maar toch kon het WK dit jaar niet tippen aan de Champions League. Als we het over de knock-outfases hebben tenminste.

De groepsfases verliepen in beide toernooien tamelijk voorspelbaar, al zal slechts een enkeling de uitschakeling van Duitsland hebben voorzien of de nul punten van Benfica in een poule met FC Basel en CSKA Moskou.

Maar waar de Champions League na de poulefase ontbrandde in een spektakel met tal van memorabele, doelpuntrijke wedstrijden vol aanvallend voetbal, daar bleef het amusement in de eindfase van het WK grotendeels achterwege. Frankrijk had de kwaliteiten om als een prachtige kampioen de geschiedenis in te gaan, maar koos voor zekerheid boven alles. Met resultaat, maar de WK’s van Zuid-Afrika en Brazilië hadden in Spanje en Duitsland veel aansprekender kampioenen. Spanje betoverde in 2010 de wereld met prachtig combinatievoetbal en Duitsland verraste in 2014 met temporijk aanvalsvoetbal.

Waren IJsland en Wales de kleine landen die op het EK van 2016 de meeste indruk maakten, die eer was dit keer weggelegd voor Kroatië en België. En met veel beter voetbal. De zilveren en bronzen medaillewinnaars leverden ook de meest aansprekende spelers. Kroatië had in Luka Modric de beste speler van het toernooi. De virtuoze strateeg bleek voor het kleine Balkanland net zo belangrijk als voor zijn club, Champions League-winnaar Real Madrid. België had in dribbelkunstenaar Eden Hazard en doelman Thibault Courtois prachtige uitblinkers.

En het afwezige Oranje? Dat neemt het straks in de nieuwe Nations League op tegen de oude én de nieuwe wereldkampioen. Iets om na de zomer naar uit te zien.