Mensen van het Martini Ziekenhuis met Noor oosterhoff

GRONINGEN

In het Martini Ziekenhuis in Groningen werken bijna 3.000 mensen samen voor de beste zorg. Wie zijn zij en wat doen ze precies? In deze vijfde aflevering van de maandelijkse rubriek spreken we Noor Oosterhoff, pedagoog in het Brandwondencentrum Groningen.

Wat doe je als pedagoog in het brandwondencentrum zoal?

‘In het brandwondencentrum zijn veel jonge kinderen opgenomen. Ernstige heet-waterverbranding door een kopje thee, komt vooral voor bij kinderen rond 1,5 jaar. Een terugkerende en pijnlijke behandeling bij ernstige brandwonden is het verwisselen van het verband. Dat doen we met kinderen in de badkamer en echt met z’n drietjes: een verpleegkundige, een van de twee pedagogen én het kind zelf. De verpleegkundige moet zich volledig kunnen richten op de verpleegkundige handeling. Het kind geeft aan wat het wil, wat het aankan. Wat het kind ons - ook zonder dat een kind kan praten – zegt, vertaal ik naar de verpleegkundige en later ook naar de rest van het behandelend team. Met goed luisteren en kijken, kan ik het leven van kinderen met brandwonden zo gemakkelijk mogelijk maken.

Het begint met het kind eerst te laten spelen. Zo komen we in contact en zie ik wat het kind belangrijk vindt en hoe hij of zij reageert. Om het goed te kunnen begeleiden heb ik het vertrouwen van het kind nodig. Als ik aangeef dat het belangrijk is om je armen stil te houden, moet het kind zeg maar denken ‘Als Noor het zegt zal het vast helpen!’.

Andersom is het belangrijk voor mij om te weten hoe het kind communiceert. Is het kind heel nieuwsgierig en kijkt het alle kanten op, dan vraagt het non-verbaal dat het wil weten wat er allemaal gebeurd en dat we dat moeten vertellen. Ook zorgen we dat het tempo van de handelingen aan het kind is aangepast, zodat hij of zij begrijpt wat er gebeurt.

Daarbij leer ik ook de ouders graag kennen, om het herstel van hun kind zo goed mogelijk te laten verlopen. In het begin zijn ze niet bij de wondverzorging betrokken. Dat kan voor het kind of juist voor de ouder traumatisch zijn. Langzaam betrekken we ouders erbij en geven we hen de rol die het beste past bij het kind, bij de situatie van het gezin en bij de zorg voor hun kind.’

Wat vind je mooi aan je werk in het Martini Ziekenhuis?

‘In het Martini Ziekenhuis nemen we ieders eigen expertise serieus. Zo kunnen we de kinderen in het Brandwondencentrum bieden wat medisch noodzakelijk is én wat pedagogisch wenselijk is. Daarmee maken we zorg op maat; met het hele team kijken we wat het beste is voor die ene patiënt.’

Welke gebeurtenis is je bijgebleven?

‘Kinderen liggen vaak wel veertien dagen in de kliniek en regelmatig nog langer, dat is voor ziekenhuisopname erg lang. In die tijd bouw je een band op. We zien elkaar jaren later soms nog steeds bij de polikliniek. Als ik vraag naar een herinnering van de periode in het ziekenhuis krijg ik vaak iets positiefs te horen. Omdat dat juist een lastige periode is met pijnlijke behandelingen, denk ik dan ‘We doen het echt goed!’. Laatst zei een meisje van veertien op de poli tegen me: ‘Noor, ik weet wat ik later wil worden, ik word pedagoog!’. Dat is toch een giga-compliment?!’.