Verbaasde Duitsers

GRONINGEN

Of ik de weg naar de perstribune weet, vraagt een vaste volger van Werder Bremen in de ondergrondse, inpandige persruimte van FC Groningen. ‘Jazeker, volg me maar’, zeg ik. Onderweg naar boven wijs ik hem en een andere Duitse collega op grote actiefoto’s van Luis Suarez en bondscoach Ronald Koeman in groen-wit. Dat Arjen Robben bij FC Groningen is opgeleid, is voor hen ook een novum.

In de grote businessruimte met uitzicht op het speelveld tonen beide Duitsers zich onder de indruk. “Van buiten leek het helemaal niet op een stadion”, zegt een van hen. “Maar binnen ziet het er prachtig uit.” Ze zijn de ene verbazing nog niet voorbij, of de andere dient zich aan. De perstribune blijkt zich tot hun ontsteltenis ter hoogte van het stafschopgebied te bevinden. Dat hebben beide mannen nog niet eerder meegemaakt. “In Duitse stadions zit je altijd in het midden. Hebben ze hier misschien een hekel aan de pers?”

Twee uurtjes hebben ze over de rit naar Groningen gedaan. Lekker dichtbij, vinden ze. Voor wedstrijden in München en Stuttgart moeten ze al voor dag en dauw uit de veren. Een uurtje of zes, zeven heen en een uurtje of zes, zeven terug.

Werder Bremen en FC Groningen blijken meer gemeen te hebben dan hun perifere ligging en clubkleuren. Ook de Noord-Duitsers hopen na een zwak seizoen in het linker rijtje terug te keren. Al heet dat in Duitsland anders. Volgens de Duitse collega’s mikt Werder namelijk op een ‘einstelliger Tabellenplatz’, oftewel een eindklassering die zich laat schrijven met een getal van één cijfer. Met de topclubs kan Werder financieel niet meer wedijveren, vertellen ze. Ook dat hebben beide ‘Nordclubs’ dus gemeen.

Door Wim Masker