‘We gaan voor het podium’

GRONINGEN/HAREN

Op dit moment vindt in Canada het WK-kanopolo plaats. Linda van As en Linde Verhofstad van de Groninger Kano Vereniging (GKV) komen in de klasse ‘Dames tot 21’ uit voor het Nederlands team.

Door Arjen J. Zijlstra

Een paar dagen voor vertrek zijn Linda van As (20) en Linde Verhofstad (17) druk bezig met de laatste voorbereidingen. Langzaam begint door te dringen hoe speciaal het is dat ze Nederland mogen vertegenwoordigen. Linda deed dat één keer eerder, vorig jaar op het EK. Voor Linde zal het een compleet nieuwe ervaring zijn. Maar het gesprek kan haast niet anders dan afgetrapt worden met de onvermijdelijke vraag: wat is kanopolo?

“Kanopolo is een teamsport waarbij twee partijen van elk vijf spelers in een kano zoveel mogelijk doelpunten proberen te maken”, zegt Linda. “Het veld is 20 bij 30 meter en de wedstrijden duren twee keer tien minuten. Verdedigen en aanvallen doe je met het hele team.”

Eskimoteren

Voor de toeschouwer is dat behoorlijk spectaculair om te zien. Linde: “Je bent constant in een soort duel, varend van de ene naar de andere kant. Er zijn boten die tegen elkaar aankomen en over elkaar heen gaan. Dus qua boot is het een contactsport. Maar je mag met je boot niet het lichaam van iemand raken. Wel mag je mensen omduwen met je hand. Als je dan omgaat, draai je met boot en al rond en kom je weer boven water. Dat heet eskimoteren.”

Linda: “Qua sfeer is het wel een beetje zoals rugby: op het water is het echt een strijd, maar buiten het water kan iedereen het gewoon heel goed met elkaar vinden.”

Schotklok

Een aantrekkelijk aspect is dat een kanopolowedstrijd bijna geen dode momenten kent. Dat komt onder andere door de zogeheten schotklok, legt Linda uit. “Ten eerste mag je een bal sowieso maar vijf seconden vasthouden, maar om te voorkomen dat een team dat ruim voorstaat de bal blijft rondspelen, is er de regel dat je als team binnen 60 seconden een schot op het doel moet doen. Je moet dus iets doen met die bal, je kan niet eeuwig blijven rondspelen zoals je bij voetbal soms ziet.”

Een ander verschil met een sport zoals voetbal is het feit dat er doorgaans met het hele team aan één kant van het speelveld aangevallen of verdedigd wordt. Maar binnen zo’n aanvals- of verdedigingslinie heeft iedere speler natuurlijk wel zijn eigen specialisme. De een meer verdedigend, de ander meer aanvallend. Zo zal bij een counter de meer verdedigend ingestelde Linde de bal eerder doorspelen naar Linda, die de rol van ‘sprinter’ heeft, dan andersom.

Gemengd

Kanopolo wordt wereldwijd in veel landen gespeeld, maar het is wel een relatief kleine sport. Vooral in Nederland is de sport nog niet heel groot. En van de deze kleine groep is slechts een op de vier spelers vrouw. Er is wel enig competitieverband waarin vrouwenteams tegen elkaar spelen, maar dit staat nog zodanig in de kinderschoenen dat het in Nederland gebruikelijk is dat vrouwen ook kunnen meespelen in herenteams. Voor Linda en Linde geldt dit dus ook.

Linde: “Zowel spelen tegen alleen vrouwen als tegen een gemengd team is leuk. Maar het zou zeker tof zijn als we ooit een sterke vrouwencompetitie krijgen in Nederland. Nu zijn die niveauverschillen tussen damesteams nog heel groot.”

Linda: “Ik speel in de eerste klasse, maar je ziet wel dat in de hoofdklasse in Nederland maar twee dames spelen. Want hetgeen wat jij als vrouw mist qua kracht dat moet je compenseren met iets anders, zoals tactiek of bootbeheersing. Maar dat maakt het voor mij juist wel een ultiem doel. Uiteindelijk wil ik natuurlijk ook naar die hoofdklasse. Ik wil wel de derde dame worden in de hoofdklasse.”

Superleuk

Linde zit nog op de middelbare school en Linda studeert Sportkunde. Gemiddeld trainen ze zo’n vier keer per week en spelen, gedurende het seizoen dat ongeveer loopt van april tot augustus, in het weekend veel wedstrijden. Linde: “Soms is het wel lastig te combineren met school. En het is niet zo dat je er later iets mee kunt doen. Maar ik doe het omdat ik het superleuk vind.”

“En inderdaad, ik beleef allerlei hele leuke dingen, zoals nu dus dat ik naar het WK in Canada mag. Dat begint nu pas een beetje door de dringen. Ik heb geen idee wat ik kan verwachten. Ik dacht eerst dat het ongeveer zou zijn als een ECA, dat zijn een soort Europese oefenwedstrijden. Maar iedereen zegt dat het compleet anders is, maar ik heb dus geen benul wat ik kan verwachten.”

Officiëler

Linda, die vorig jaar het EK speelde, weet al wel een beetje wat haar te wachten staat. “Er zijn opeens heel veel toeschouwers, het is strak georganiseerd en het gaat er gewoon echt om. Nog meer dan anders wil je presteren en het allerbeste laten zien van wat je kan.”

“Als je op het terrein aankomt, voel je het verschil al. Alles is officiëler, met accreditatie en zo. Misschien dat we ook nog wel een dopingtest moeten doen. Alles moet op dit toernooi gebeuren. Die druk voel je opeens, maar als je ermee om kan gaan dan is het echt supervet.”

Oranje

Ten tijde van het interview is de voorpret richting het WK in Canada in elk geval al volop in gang. En die pret kan in van alles zitten. Linde: “Onze boten zijn nog niet oranje, maar die gaan we morgen beplakken. Daarbovenop plakken we een zwarte leeuw.”

Linda: “Dit zijn van die kleine dingetjes die de ervaring nu ook al supervet maken. En ons uiteindelijke doel? Dat is de halve finale. Maar ons streven is het podium. Dus: Als we de halve finale halen zijn we blij en als we het podium halen zijn we héél erg blij.”

Linde: “We gaan voor het podium! Maar hoe het ook loopt, het wordt sowieso een gave ervaring. Een ervaring die ze nooit meer van ons afpakken.”