DrentsBlauwRacer

Nobelprijswinnaar Ben Feringa werd donderdag in de Groninger Forum Bibliotheek geïnterviewd door Rense Sinkgraven. Natuurlijk ging het gesprek over Feringa’s moleculaire machines. Hij ontwikkelde een door licht aangedreven nanometer en een moleculaire auto. Mogelijk bracht dat de bibliotheek op het idee om de inventieve wetenschapper een speels cadeau te geven. Aan het eind van het interview ontving Feringa uit handen van Rense Sinkgraven een doos waarin een door Harry Arling gemaakte Kosmotronik bleek te zitten. Het ging om de DrentsBlauwRacer, gemaakt van een oude mixer. Harry Arling maakt al zijn bouwsels van plastic afvalmateriaal. Net als Feringa is Arling afkomstig uit het zuiden van Drenthe. In zijn interviewprogramma Naked Lunch vraagt Rense Sinkgraven altijd naar de culturele voorkeuren van zijn gast. Op muzikaal gebied noemde Feringa een paar favorieten. Zijn eerste plaat was van Creedence Clearwater Revival. Ook houdt hij van The Pointer Sisters, The Who, The Rolling Stones, Cuby and the Blizards, Crosby Stills Nash & Young, Bob Dylan. “En als ik in Drenthe in de auto voorbij Gieten kom dan zet ik de piratenzender op. In Zuid-Oost Drenthe moet je gewoon dialect praten, anders verstaan ze je niet. Rooie Rinus & Pé Daalemmer vind ik fantastisch. Net als Daniël Lohues. Dan hoef ik echt niet André Hazes te horen.” Waarna de wetenschapper moeiteloos overschakelt op zijn vakgebied. “Je kunt me elk moment wakker maken voor een mooie molecuul. Wat is dan een mooie molecuul? Ja, dat is heel moeilijk uit te leggen. Daar groei je langzaam in. Mijn favoriete molecuul is mijn moleculaire motortje.” In 2016 kreeg Ben Feringa de Nobelprijs voor de scheikunde. Of hij die prijs aan zag komen, wilde Sinkgraven weten. “De eerste keer dat ik er nadrukkelijk mee geconfronteerd werd was in 2011. Op een dinsdagavond om negen uur werd ik gebeld door een collega in Amerika. Die zei, Ben wist je dat je gisteravond op de Amerikaanse televisie was. Het bleek dat ik in The Simpsons als kandidaat voor de Nobelprijs voor de scheikunde werd genoemd. Dat was een week voor de aankondiging van de Nobelprijs. Tot dat moment had ik alleen weleens in de Groninger Gezinsbode gestaan.”