‘Kunst boven de bank’ met ‘Flutfilosoof’ Ronald Hünneman

GRONINGEN

Maandelijks plaatst de Gezinsbode een artikel van Kunstspot, het inspiratieplatform over beeldende en toegepaste kunst geschreven door young professionals, meer verhalen vind je op www.kunstspot.nl.

Door Marike Masker

Ronald Hünneman (1961) is filosoof, graficus en theatermaker: in januari is zijn voorstelling ‘De Flutfilosoof’ te zien in het Grand Theatre in Groningen. Hij werkte jarenlang als docent bij de opleiding Arts, Culture and Media aan de RUG en geeft lezingen en cursussen in Groningen en ver daarbuiten. Een onverbeterlijke hedonist noemt hij zichzelf. En dan eentje met een kunstverslaving. Bij Kunstspot leerden ze hem kennen als iemand die de schoonheid van het leven serieus neemt en zichzelf een stuk minder. In zijn ‘minimuseum’ spraken we hem over zijn kunstverzameling.

Overal waar je kijkt in het huis van Ronald Hünneman (56) en zijn vriendin Dorine van der Starre (35) is kunst. Zijn zoons (Matthijs, 28, tijdelijk weer inwonend en Isak, 24) hebben het huis ‘het minimuseum’ gedoopt. Alleen het plafond is nog leeg en dat blijft waarschijnlijk zo volgens Hünneman.

Troep

Korte broek, blote voeten, T-shirt. Hij ziet eruit alsof hij nog in Zuid-Spanje is, waar hij elke zomer een paar maanden verblijft. “Let niet op de troep”, zo begint hij zijn rondleiding. Een Warhol, het welbekende soepblik, is de blikvanger in de keuken. Af en toe worden daar nog nieuwe oplages van gedrukt en daar heeft hij eentje van gekocht.

Rechtsboven naast het aanrecht hangt een klein houten kastje met porseleinen kopjes en een schilderij van een boeket in een gouden lijst. Ze zijn van zijn moeder geweest. Zijn moeder was van de stillevens en zijn vader van de Drentse landschappen.

Steengoed

Naast de Warhol hangt een houten plaat met daarop een schildering van een open keukenkastje met kookgerei, borden en pannen, die zijn moeder heeft gemaakt. “Mijn moeder was geen hele goede kunstenares, maar ze kon erg mooi schilderen. Ze had commercieel inzicht, zo beschilderde ze bijvoorbeeld uitgeblazen eendeneieren in sierdoosjes en verkocht die voor veel geld. In dat soort dingen was ze steengoed.”

Hij haalt zijn schouders op. “Vraag me niet waarom, maar in Duitsland is een markt voor beschilderde eieren.” In de woonkamer, tussen plafond-hoge, vloer-lage ramen hangt een blauw-geel-groenig schilderij van een jonge vrouw. Hünneman staat even stil. “Dat is een Corneille die ik tijdens een uitje in Deventer met mijn goede vriendin Beppie in een galerie tegen het lijf liep. Ondanks dat het duur was, vonden we beide direct dat ik het moest kopen.” De vrouw op het schilderij, zelfs de houding, lijkt op Beppie, vindt hij. “Die gelijkenis maakt het schilderij extra mooi voor mij. Als ik doodga, krijgt Beppie het. Dat hebben we al afgesproken.”

Pareltjes

De kunst van inlijsten en het einde van een kunstwerk. Bij Hünneman zijn de muren vol en de kunstwerken verschillend in stijl, maar toch – of juist – vormen ze een geheel. Het is te zien dat hij aandacht besteedt aan de samenstelling van zijn ‘expositie’ en ook aan de lijsten waarin hij zijn pareltjes tentoonstelt. “Soms is de lijst duurder dan het kunstwerk zelf. De lijst is net zo belangrijk als het kunstwerk.”

“Vaak krijgen schilderijen een lelijk passe-partout om het werk netjes uit te kaderen. Zonde. Ik wil zien hoe de lijnen aflopen. Waar het kunstwerk stopt is voor mij ook onderdeel van het kunstwerk.”

Sommige kunst wordt beter als je het langer hebt, omdat je er op verschillende manieren naar hebt leren kijken, of omdat er verhalen bijkomen. Hünneman wijst naar een werk van Thomas Raat. Het bestaat uit een deel van een oud boekomslag met groene en blauwe vlakken achter glas, in een ongelakte houten lijst. “Raat is een graficus, net als ik. Dit werk trok me direct enorm.” Het werk heeft hij uiteindelijk, na veel mislukte onderhandelingen met de galerie waar het destijds hing, veel later van Raat zelf gekocht, bij hem thuis. “Dat was heel gaaf, we hebben een hele poos gepraat, hij vond het leuk dat ik zijn werk zo graag wilde hebben.”

Raat

Weinig mensen in Nederland kennen de Raat, maar toen Hünneman in New York werk van hem tegenkwam in het Contemporary Art Museum bleek dat daar anders. “Daar vinden ze hem een ‘fantastic artist’. Toen ik vertelde dat ik een werk van hem in huis heb zeiden ze ‘ga toch weg man’, ze geloofden er niks van.”

De zeefdruk Das Mädchen en der Töt van Paul de Wit toont een jonge vrouw die voorover gebogen zit. Op de achterkant van het werk is nog net te lezen dat de titel eerst La Dame Erotique was. “Grappig toch?”, vindt Hünneman. ‘Das Madchen und der Töt’ stuurt de kijker op een andere volgorde door de emotionele lagen in het beeld dan La Dame erotique: eerst de melancholische en dan pas de erotische. “Het beeld is hetzelfde, maar toch is de beleving ervan anders.”

Aankoop

Het verhaal van de aankoop is ook leuk. Hij heeft de zeefdruk voor 8 euro op de koningsmarkt gekocht. “Dat was een gelukje, want het ding is veel meer waard”, grijnst hij.

De man die de zeefdruk verkocht had een nieuw bankstel in een andere kleur aangeschaft waar dit kunstwerk niet bij paste. “Sommige mensen zien hun kunstwerk puur als versiering, een toevoeging aan hun interieur. Kunst is voor mij niet puur esthetisch, het hoeft zelfs niet per se mooi te zijn, het moet iets complex met me doen, het moet iets losmaken dat ik nog niet ken of begrijp of in woorden kan uitdrukken. Of het moet een gedachte oproepen die er nog nooit is geweest. Dat is lekker.”

Neem nou zijn witte, onopvallende driezitsbank. “Mijn bank is van mijn moeder geweest, daarom is die mij heel dierbaar, toch heb ik hem in een neutrale stof laten bekleden zodat hij bij al mijn kunst past.” Hünneman heeft geen kunst boven de bank, maar een bank onder zijn kunst.