Wetenschapper in dienende rol

GRONINGEN

Als talentje van toenmalig eerstedivisionist VVV Venlo haalde Wouter Frencken ooit de voorselectie van Oranje onder 17 jaar. Bij FC Groningen bereikte hij de eredivisie. Als Wetenschap & Innovatie werkt hij in een ondersteunende rol.

De Noord-Limburger (36) is geen wetenschapper die per toeval in de sport verzeild is geraakt, maar een ooit talentvolle voetballer die als 19-jarige besluit voor de wetenschap te kiezen. Als uitblinkend talentje van Venray komt hij al vroeg op de radar van scouts van de enige profclub in de regio, VVV Venlo. “Mijn ouders wisten daarvan maar besloten mij dat niet te vertellen. Zij wilden mij daarmee niet belasten. Ik denk dat ze daar goed aan hebben gedaan.”

Oranje onder 17

VVV blijft aandringen, maar pas op zijn zestiende maakt hij de overstap, nadat hij een jaar eerder zelf had besloten om nog een jaartje bij Venray te blijven. Wouter blijkt geen moeite te hebben om aan te haken op een hoger niveau. Integendeel, want al snel herkennen ook KNVB-scouts zijn talent. Hij wordt opgenomen in de voorselectie van het Nederlands elftal voor spelers onder 17 jaar. “Wie er ook in die selectie zaten? Jongens zoals Maarten Stekelenburg, David Mendes da Silva herinner ik me.”

Dilemma

Na drie jaar VVV komt hij als 19-jarige voor een moeilijke keuze te staan: spelen in de beloften van de profclub of serieus werk maken van zijn wetenschappelijke studie. “In mijn laatste jaar bij VVV combineerde ik spelen en trainen al met de studie Gezondheidswetenschappen aan de universiteit van Maastricht. Een pittige combinatie. Omdat het goed ging met de studie besloot ik daarvoor te kiezen.” Nadat hij zijn masterstudie heeft afgerond, ziet Wouter een vacature voor een promotieonderzoek in Groningen. “Dat sprak me erg aan. Ik ben aangenomen en naar de stad verhuisd. “

Al voordat hij zijn proefschrift klaar heeft, krijgt hij een deeltijdbaan via InnoSportNL, een stichting opgericht door NOC*NSF en TNO met als doel om sportinnovatie vanuit een centraal punt in Nederland te stimuleren en wetenschappelijke kennis samen te brengen met de praktijk. Hij werkt er aan het project ‘geavanceerde wedstrijdanalyse voetbal’. Ook vindt hij een baan als docent en onderzoeker bij de Hanzehogeschool Groningen.

FC Groningen

“Hoe ik vervolgens bij FC Groningen terechtkwam? De korte versie: de RUG en de club hadden al jaren een samenwerkingsverband. De universiteit hield zich bij FC Groningen bezig met talentonderzoek en diende de club van advies. Toen duidelijk werd dat FC Groningen een sportwetenschapper in dienst wilde nemen, een gesprek de clubleiding ervan kunnen overtuigen wat ik voor ze zou kunnen betekenen.” Dat was in 2011.

In de dagelijkse praktijk houdt hij zich bij FC Groningen met vier aandachtsgebieden bezig. Blessurepreventie is er één van. “Door het evalueren en het individualiseren van de trainingsprogramma’s kunnen we ervoor zorgen dat een bepaald soort blessures tot een minimum beperkt blijft. Je ziet dat bij ons het aantal spierblessures significant is gedaald.”

Dan komen we bij het tweede aandachtsgebied. FC Groningen wil niet alleen voorkomen dat spelers geblesseerd raken, maar tegelijkertijd ook dat zij zo fit en zo sterk mogelijk zijn. Met andere woorden: blessures voorkomen én grenzen verleggen. Een beter inzicht krijgen in de daarvoor gevraagde belasting van spelers en hun belastbaarheid is daarvoor noodzakelijk. De sportwetenschapper helpt daarbij.

Tactische analyse

Een derde aandachtsgebied is tactische analyse. Dankzij nieuwe technologische ontwikkelingen kan FC Groningen tijdens trainingen en wedstrijden via sensoren positiedata verzamelen. “Daarmee kunnen we precies bijhouden hoe een speler beweegt. Je kunt analyseren of hij wel op de juiste onderlinge afstand tot medespelers en tegenstanders staat. Maar ook of hij in staat is om druk te zetten op een tegenstander mocht die worden aangespeeld en of hij dan in staat is een pass te onderscheppen. Dat is waardevolle informatie voor onze trainers en coaches. Aanvullend op wat zij met het blote oog zien of dachten te hebben gezien.”

Talentherkenning

Enkele jaren geleden presenteerde FC Groningen het beleidsplan Talenten op één. Met als ambitieuze doelstelling dat de helft van de selectie uit (grotendeels) zelfopgeleide spelers zou moeten bestaan. Het spreekt voor zich dat talentherkenning van cruciaal belang is voor het welslagen van het plan. Ook hierin speelt de sportwetenschapper een rol.

Wouter: “Wat je als profclub wilt, is zoveel mogelijk spelers binnen je opleiding halen die het in zich hebben om je eerste elftal te halen. Bij spelers van 7 tot 11 jaar is dat in veruit de meeste gevallen heel lastig te voorspellen, zo blijkt ook uit onderzoek. Vandaar dat we bij FC Groningen in eerste instantie breed opleiden via regionale voetbalscholen (in Bedum, Wildervank, Roden en Assen – WM). Gemiddeld gaat het in onze regio om zo’n veertig spelers per geboortejaar die ertoe doen. De pakweg beste vijf van dít moment pikt iedereen er zo uit, maar het gaat om het selecteren van de rest. Welke spelers hebben de meeste potentie? Dat zijn niet per se de beste spelers van datzelfde moment. Het is belangrijk dat onze scouts het over hetzelfde hebben als ze een kwaliteit benoemen, zoals spelinzicht. We hebben de rapportage nu zodanig gestructureerd dat er een completer beeld van de gescoute spelers ontstaat.”

Vakopleiding

Het jongste jeugdteam is FC Groningen onder 12. Tot en met onder 15 is de opleiding regionaal. In deze fase gaat het nog steeds om talentidentificatie en –ontwikkeling. De in potentie beste spelers van de onder 15 maken de overstap naar onder 17. Voor die leeftijdsgroep trekt FC Groningen ter aanvulling op het regionale aanbod van toptalent ook spelers aan van buiten de regio en ook buiten Nederland. De buitenlanders zijn vaak jeugdinternational. Wouter: “Vanaf de onder 17 gaat de trainingsfrequentie en –intensiteit verder omhoog en kun je van een vakopleiding spreken. En van daaruit hopen we zoveel mogelijk spelers klaar te stomen voor het eerste elftal en transferwaarde te realiseren. Want dat is uiteindelijk het doel, niet een zo hoog mogelijke klassering van de opleidingsteams.”

Wim Masker.