Kunstspot met kunstenaar Annemarie Busschers: “Mijn werk wordt vaak als nietsverhullend of confronterend weggezet.”

GRONINGEN

Elke week plaatst de Gezinsbode een artikel van Kunstspot, het inspiratieplatform over beeldende en toegepaste kunst geschreven door young professionals. Meer verhalen staan op www.kunstspot.nl.

Door Iris Rijnsewijn

We willen er allemaal altijd op ons allerbest uitzien, toch? Of willen we dat vooral wanneer we worden vastgelegd? Kunstenaar Annemarie Busschers (1970) houdt zich bezig met de manier waarop mensen willen worden afgebeeld versus hoe ze er ‘in het echt’ uitzien. Busschers’ werk valt onder het realisme. Ze maakt (zelf)portretten met verschillende materialen, waarin ze zich focust op het karakter dat zich verschuilt in de huid van de mens. Busschers, geboren in 's-Hertogenbosch, studeerde in 1996 af aan Academie Minerva en is onder andere driemaal genomineerd geweest voor de BP Award in de National Portrait Gallery in Londen. Voor haar kunstwerk Ageing (2015) heeft ze recentelijk de Van Lanschot Kunstprijs gewonnen. Kunstspot bezocht haar in haar studio in Ten Boer.

De zon schijnt bijzonder hard voor de tijd van het jaar wanneer ik aankom bij de studio in Ten Boer. Ter voorbereiding heb ik een stuk gelezen dat Annemarie Busschers mij heeft toegestuurd. Het gaat over ouders die de schoolfoto’s van hun kinderen laten photoshoppen, zodat spleetjes tussen de tanden of waterpokken niet meer te zien zijn op het eindresultaat. Dat is dan ook het eerste waar we over praten, nadat we met een kopje koffie een goede plek hebben gevonden in de studio. Busschers vertelt: “Ik wilde het hier graag over hebben, omdat het veel te maken heeft met wat ik doe. Over het algemeen willen mensen vaak een momentopname waarin zijzelf, of in dit geval hun kind, zo voordelig en ideaal mogelijk voor de dag komen. Dat geldt voor schoolfoto’s, maar misschien nog wel meer voor een geschilderd portret. Men bedoelt dat natuurlijk goed, maar eigenlijk is het heel raar. Je zegt tegen je kind dat ze als het ware alleen als perfecte zelf aan de muur mogen hangen en je leert op jonge leeftijd wat de norm is bij het kijken naar een portret” En dat is juist waar Busschers mee aan de slag gaat: “Imperfecties horen bij de persoon, het is karakteristiek en uniek. Daar moet je niet aankomen, bij zowel kinderen als volwassenen.

“Mijn werk wordt vaak als nietsverhullend of confronterend weggezet”

Wanneer ik iemand ontmoet die ik ga schilderen, laat die persoon meestal veel meer van zichzelf zien voordat hij of zij gaat poseren voor de camera. Vooral bij binnenkomst heeft de persoon nog geen tijd gehad om aan het uiterlijk te schaven. Ik maak foto’s van de mensen die ik portretteer, en vaak gaat er net voordat ik de foto maak nog even een hand door het haar of een kleurtje op de lippen. Al deze handelingen beschouw ik als een filter die de unieke kenmerken van iemand verhult. De onnatuurlijkheid van het poseren viel me steeds vaker op. Ik had dan wel een foto, maar bleef met een semi-realistisch beeld van iemand achter.” Een realistischer beeld bleek niet alleen gebaseerd te zijn op het uiterlijk. Busschers: “Ik kocht een camera met een uitklapbaar schermpje, zodat ik foto’s kon maken terwijl ik het model in de ogen kon kijken. Ik begon een gesprek, liet het model bewegen en maakte foto’s. Eenmaal aan het werk bleek dat het gesprek dat we hadden gevoerd, de bewegingen van het model en diens unieke kenmerken steeds terugkwamen in mijn herinnering en dit bleek ook heel bepalend te zijn voor het portret. Ik merkte echter dat deze benadering moeilijk doorstroom vond naar een plekje aan de muur. Best merkwaardig, eigenlijk. Mijn werk wordt vaak als nietsverhullend of confronterend weggezet.”

Het filter van kunst

Volgens Busschers is kunst dan ook een soort filter waar allerlei normen en waarden bij komen kijken. “Zodra iemand als kunstwerk aan de muur moet hangen, stuit je op de vraag: wanneer is iemand de moeite waard om af te beelden? Er zit dus een heel waardebepalend systeem omheen.” Is er dan ook een verschil van aanpak bij het portretteren van verschillende mensen? “Jazeker! Afhankelijk van de persoon die ik afbeeld, kijk ik welk materiaal en welke techniek het beste bij diegene passen. Dat gaat dus niet om ruimtelijkheid, maar over de persoon die ik op het moment voor me heb. Sommige werken kunnen ook even moeten ‘rijpen’, zoals dat ook geldt voor mensen en gebeurtenissen. Dan duurt het nog even voordat ik voel dat het af is, dat is meestal wanneer ik begrijp waar ik nou eigenlijk mee bezig ben geweest. Dat kan bijvoorbeeld zijn als ik iets meemaak tijdens het maken van een werk, dan snap ik het ineens.”

Maar Busschers werkte niet altijd met allerlei materialen: “Het is een beetje zo gegroeid. Ik ben eigenlijk tekenaar en schilder, maar knipte op een gegeven moment gewoon een stuk uit een schilderij en naaide het op een nieuw doek. Op dat moment voelde het als een uitkomst en ik heb het later vaker gebruikt. Zo is er altijd een toekomst voor mislukte schilderijen. Net als de unieke kenmerken in een gezicht geeft deze manier van werken karakter aan een schilderij. Elk werk is dus uniek en heeft een eigen oppervlak, een eigen huid. Dat is wat mij betreft uitdagender om naar te kijken dan naar schilderijen met hetzelfde gladde oppervlak. Ik denk dat je als kunstenaar sowieso avontuurlijk met je werk moet omgaan. Als je steeds dezelfde succesformule gebruikt, is er uiteindelijk niets meer aan, voor zowel de kunstenaars als het publiek. Kunst is iets waarin je je altijd kunt blijven ontwikkelen, en dat vind ik ontzettend belangrijk. Daarin bestaat geen goed of fout en is zelfs mooi of lelijk niet belangrijk.”

“Ik denk dat je als kunstenaar sowieso avontuurlijk met je werk moet omgaan. Als je steeds dezelfde succesformule gebruikt, is er uiteindelijk niets meer aan, voor zowel de kunstenaars als het publiek.”

Wat trekt haar precies in het maken van haar werk? Busschers: “Ik probeer het op te nemen voor alle realistische unieke mensen die, helaas, veel moeite doen om er allemaal hetzelfde uit te zien.” Over de spanning die realisme kan opwekken, zegt ze: “Door de conventies die bepalen wat wel en niet mag worden afgebeeld, levert mijn manier van werken nog wel eens wat spanningen op bij anderen. Ik idealiseer niet, ik ben op zoek naar realisme. De realiteit is niet altijd wat men graag wil zien. Mijn portretten worden dan ook vaak als confronterend ervaren, terwijl ik het zelf helemaal niet zo zie.”

Je mag er zijn

Een van de onderwerpen waar Busschers zo’n frictie ziet, is bij het afbeelden van mensen met een duidelijk zichtbare ziekte. Busschers: “Ik vind het afbeelden van zieke of beschadigde lichamen erg fascinerend. Ook hier zit een hele set conventies achter. Zodra het verhaal goed is, is het afbeelden veroorloofd. Neem bijvoorbeeld een held die zijn oog is verloren tijdens een strijd. Het verloren oog is voor altijd verbonden met iets positiefs, namelijk het winnen van de strijd. De verwonding mag daarom geschilderd worden en het zal waarschijnlijk ook zonder problemen in een museum worden getoond. Maar als we nu een patiënt nemen, die door kanker een oog is verloren en precies dezelfde uiterlijke kenmerken heeft als de oorlogsheld, mag het dan op dezelfde manier worden getoond? Dit unieke kenmerk is ineens verbonden met iets negatiefs: ziekte. Ineens is de heroïsche wond een confronterende imperfectie. Omdat ik mensen schilder die door ziekte bepaalde uiterlijke kenmerken hebben, krijg ik vaak een negatief oordeel. Mijn werk is ‘te confronterend’ en er ‘moet worden gedacht aan de bezoekersaantallen’. Men zegt dus eigenlijk tegen een grote groep mensen dat ze er niet mogen zijn. En dat begint dus al bij een schoolfoto waar de waterpokken van worden verwijderd door middel van photoshop.”