‘Struunen’ naar het beste voedsel

GRONINGEN

‘Bie de buuf gaat op struun’ geeft voedsel een tweede leven. Bovendien is het restaurant een werkplaats voor leerlingen van de Culinaire Vakschool.

Door Akke Boonstra

Voedsel dat linea recta naar de groencontainer gaat? Jos Meijers van Sociale onderneming Toentje en Paul Rodenberg van de Culinaire Vakschool weten wel wat beters. „Als je trots bent op je voedsel gooi je het niet weg. Wij gaan er creatief mee om en maken er iets moois van”, zegt Rodenberg. Daarom sinds kort geopend: ‘Bie de Buuf gaat op Struun’. Het betreft een ‘food waste restaurant’, waar de inwendige mens zich iedere woensdagavond tegoed kan doen aan goedkope gerechten, gemaakt van overgebleven voedsel. „Het uitgangspunt is dat je laat zien dat je heerlijk kunt eten met producten die anders in de container zouden belanden”, zeggen beide mannen.

Midden in de Oosterparkwijk startte Jos Meijer in 2013 Stichting Toentje, een sociale onderneming die op de eigen moestuin groente en kruiden produceert voor de Voedselbank. Daartegenover ligt dan weer een creatieve broedplaats, waar stichting Toentje restaurant Bie de Buuf runt. Dit concept wordt sinds kort iedere woensdagavond uitgebreid naar restaurant ‘Bie de buuf gaat op struun’, gerund door de leerlingen van Paul Rodenbergs Culinaire Vakschool. En als het aan Rodenberg ligt, koken ze hier binnenkort vaker dan één keer per week. “Onze droom is om hier meerdere dagen te komen werken.”

Boeren

Het voedsel wordt opgehaald bij boeren, komt van particulieren, supermarkten of van Toentje’s eigen tuin. Rodenberg: „We maken iedere keer andere gerechten, want we weten nooit wat we kunnen krijgen. We gaan ervoor op zoek naar overgebleven groenten of vlees. ‘Struunen’, noemt Jos Meijers dat. „Misschien zijn er boeren met overproductie. Mochten zij bijvoorbeeld nog tomaten hebben liggen, dan kunnen wij er een lekker soepje van maken.” Animo voor Rodenbergs gerechten op de woensdagavond is er genoeg. „De eerste keer dat we open waren, op 14 november, zaten we al meteen helemaal vol”, zegt hij.

De leerlingen van de Culinaire Vakschool lopen twee dagen per week stage in restaurant Bie de Buuf. „Voor de woensdagavond neem ik iedere keer een mannetje of drie, vier mee om te koken”, zegt Rodenberg. Zijn groepje leerlingen bestaat uit alle leeftijden. Alle achtergronden. Mensen met wel of geen jarenlange werkervaring. De overeenkomst tussen al die mensen? Dat ze er hard voor willen werken. Om uiteindelijk te kunnen doorstromen naar betaalde horecaplekken.

Vis fileren

„Mijn leerlingen moeten zich niet voor 100% inzetten, maar voor 200%”, klinkt Rodenberg streng. „Als je bij mij komt werken, moet je hartstikke fanatiek zijn, er eerder zijn dan ik, het mes eerder in de handen hebben dan dat ik dat heb.” Hij hoopt dat zijn leerlingen daar zelfvertrouwen van krijgen. „Als ik je op papier ga vertellen hoe je een vis moet fileren, dan kunnen we het daarna allebei nog steeds niet. Als ik je tien vissen geef, lukt het je uiteindelijk wel. Als je dan ook nog een dag bij de visboer gaat werken, kun je het al helemaal. Daar word je zelfverzekerd van. Ik wil dat mijn mensen weer rechtop staan, zin in het leven krijgen en denken: ‘jeetje ik ben hartstikke goed’.”

Die filosofie paste perfect bij die van Stichting Toentje, want ook voor die moestuin en bij deze sociale onderneming werken mensen met allerlei achtergronden. „Wij zijn hier één grote familie. Er werken bij ons mensen met een daklozenverleden tot hogeschooldocenten en alles wat er tussenin zit.”

Ook het publiek van ‘Bie de buuf gaat op struun’ is heel verschillend, maar één overeenkomst hebben de bezoekers in ieder geval, vindt Jos Meijers: „Het zijn mensen die het fijn vinden om tegen een eerlijke prijs lekker te eten en die voedselverspilling tegen willen gaan.”