‘Dank u wel, meneer!’ | De Roege Boys

GRONINGEN - Tel humor, een oplossingsgerichte instelling en een gelijkgestemd sociaal gevoel bij elkaar op, en je hebt het over De Roege Boys uit Vinkhuizen.

Over de catwalk tijdens Koningsdag wilden ze niet. Burgemeester Den Oudsten moest er nog aan te pas komen om De Roege Boys een betere plek in de strikte programmering van de Koning en zijn gevolg te geven. ,,Er was voor ons bedacht dat we dát zouden gaan doen. Ho bekijk het maar. Doen we niet!”

De mannen houden niet van gedoe en doen niet aan borstklopperij. Ze doen het niet voor zichzelf. Ze doen het - naar eigen zeggen - voor de mensen in de wijk Vinkhuizen die om welke reden dan ook tussen wal en schip raken. Op hun eigen manier.

Werkplaats in de Travertijnstraat

Aan het eind van de Travertijnstraat staat de werkplaats van De Roege Boys. Een loods vol fietsen, elektronica, rekwisieten. De tafel middenin biedt plaats voor zes personen. Op elke plek een naamplaat met een voornaam. ,,Dit is onze basis”, zegt een van de oprichters Marcel Nijhof.

,,We zijn met ons zessen. Hier wordt vergaderd, en het liefst houden we dat zo kort mogelijk. We houden van een grap en een grol maar discussiëren doen we niet aan. Aan deze tafel worden actiepunten benoemd en dat is het. Dan stropen we de mouwen op, en gaan aan de slag. Zo is het, dat is onze manier.”

Aanlooppunt in de wijk

Begonnen met een spooktocht in Het Roege Bos voor de kinderen, is De Roege Boys uitgegroeid tot een aanlooppunt in de wijk. De naam refereert aan de locatie waar het ooit begon.

De mannen verrichten klussen, organiseren evenementen. ,,Niemand betaalt entree. Alles is gratis en anders niet, is onze stelregel.”

Zes mannen die zich naast hun reguliere baan op vrijwillige basis inzetten voor armoede bestrijding en eenzaamheid.

Zoveel mannen zoveel verschillende achtergronden. De beroepen van De Roege Boys lopen uiteen van steigerbouwer, beveiliger, systeembeheerder tot chauffeur, van elektricien tot houtbewerker.

Het verloop is gering, een vrijgekomen plek wordt snel weer opgevuld door een andere - vaak technisch onderlegde - wijkbewoner. Daarnaast kan een beroep worden gedaan op een groep van veertig vrijwilligers, inclusief een aantal jeugdleden voor grote evenementen.

De werkplaats is iedere maandag-, woensdag- en vrijdagavond geopend. Activiteiten worden bekostigd met giften en donaties, sinds De Roege Boys een stichting is via subsidies.

Verantwoordelijkheidsgevoel

,,‘Armoede’ is een breed begrip. Er zijn ouders die hard en veel moeten werken tegen een laag salaris. Hun kinderen - ‘sleutelkinderen’ - zie je dan op straat rondhangen. Ze kunnen bij ons terecht om te chillen, als ze dat willen. We eisen dan wel een verantwoordelijkheidsgevoel welke we terug willen zien. Dat ze gaan meehelpen met klussen, iets anders nuttigs doen voor de wijk.”

Nijhof somt verder moeiteloos voorbeelden en anekdotes op over de werkzaamheden waar de groep mannen voor staat.,,Ik kan er niet tegen wanneer ik twee kinderen zie waarvan er maar één een ijsje heeft. De moeder kan zich dat niet veroorloven is bijna altijd de reden. Daar krijg ik de kriebels van. Ik trek dan de portemonnee en trakteer.”

Eenzaamheidbestrijding doen ze met activiteiten voor bijvoorbeeld de student die in het weekend niet naar huis kan. Of de eenzame oudere wijkbewoner laten aansluiten bij wijkorganisaties.

Naast de spooktocht wordt het timmerdorp ondersteund. Daarnaast krijgen de mannen hulpvragen van opbouwwerkers in de wijk, wordt nauw samengewerkt met WIJ Vinkhuizen, de gemeente Groningen en andere welzijnsorganisaties in de wijk.

Humor, een oplossingsgerichte instelling en een gelijkgestemd sociaal gevoel vormen de verbindende factoren van de groep.

'We doen het niet voor de catwalk'

Rob Ypma is inmiddels ook aangeschoven aan de tafel. Ook hij heeft een verhaal: ,,Het ontstaat altijd uit een ongemakkelijk en onbenoembaar gevoel. Je loopt door de wijk en ziet een kapotte kinderfiets. Dan begint het te jeuken, een kind kan er dus niet op naar school. Dat moet niet, vinden wij. De fiets gaat dan mee naar het thuishonk voor reparatie. Een paar week later liep ik er weer langs: de deur zwaait open een kind zegt ‘Dank u wel, meneer!’. We doen het niet voor de catwalk wel voor een blij kind in de wijk.”