Profclubs in gesprek over andere inrichting jeugdcompetities

GRONINGEN - De Nederlandse profclubs krijgen vrijwel zeker vanaf het seizoen 2020-2021 een nieuwe onderlinge competitie voor spelers onder 21 jaar. Voorstellen daarover zijn door een meerderheid van de clubs enthousiast ontvangen. De competitie voor spelers onder 19 jaar gaat als gevolg daarvan waarschijnlijk verdwijnen.

De hoofden opleiding van de profclubs komen twee keer per jaar bijeen om lopende zaken en recente ontwikkelingen te bespreken. Dinsdag zaten zij voor zo’n periodiek overleg weer eens om tafel en kregen zij informatie over de competitievoorstellen. De inrichting van de diverse jeugdcompetities is een terugkerend onderwerp tijdens de bijeenkomsten. 

Opsplitsing competities

De competities hebben al diverse veranderingen ondergaan. Zo zijn die voor spelers onder 19 en onder 17 jaar op voorspraak van de topclubs al een paar jaar verdeeld in een najaars- en een voorjaarscompetitie.

Anders dan bij de senioren bestaat de eredivisie voor deze leeftijdsgroepen uit slechts veertien clubs. Voor de winterstop plaatsen de beste acht zich voor een kampioenspoule. De rest speelt na de winterstop met vier eerstedivisieclubs om zes plaatsen in de eredivisie voor het seizoen erop.

De topclubs zijn op die manier verzekerd van meer weerstand voor hun grootste talenten. 

Top zes bij jeugd

Vorige zomer gingen ook de landelijke competities voor spelers onder de 15 en 13 jaar op de schop. Er zijn nu vier afdelingen van acht clubs boven elkaar met de benamingen eredivisie hoog en laag, en eerste divisie hoog en laag. Ook dit weer op initiatief van de topclubs.

Gevolg is dat er net als in de volwassen eredivisie bij de jeugd een top zes aan het ontstaan is, de traditionele top drie, Ajax, PSV en Feyenoord, aangevuld met de rijke middenstanders AZ, Vitesse en FC Utrecht. Deze zes hebben ook als enige het keurmerk ‘internationale opleiding’.

Andere leeftijdsindeling

De komst van een competitie voor spelers onder 21 jaar heeft waarschijnlijk gevolgen voor de leeftijdsgroepen daaronder. De competities voor onder 15, 17 en 19 jaar maken dan plaats voor 14, 16 en 18 jaar.

Een dergelijke wijziging zou aansluiten bij de praktijk van alledag. Wie vorige week de bekerfinale FC Groningen - Ajax onder 19 jaar (1-3) bijwoonde, zag slechts zes spelers met het geboortejaar 2000 aan de aftrap; alle zes bij de thuisploeg.

De grootste talenten van geboortejaar 2000 spelen bij beide clubs al in de beloften of in het eerste elftal. Bij FC Groningen ging het om Ludovit Reis en Daniël van Kaam. Bij Ajax waren zelfs tien spelers niet meer speelgerechtigd en zaten de mindere spelers van de jaargang 2000 op de bank of tribune, voorbijgestreefd door talent uit jongere lichtingen.

Willen de clubs de veranderingen al per 2020-2021 laten ingaan dan zullen er in de najaarsvergadering knopen moeten worden doorgehakt. Vooralsnog lijkt een enthousiaste meerderheid voor. 

Ajax shopt stevig

Los hiervan hebben de zes clubs met internationale opleidingsstatus elkaar al gevonden in een gentleman’s agreement. Ze hebben afgesproken vanaf dan geen jeugdspelers van elkaar over te nemen, dan wel tegen tweemaal de reglementaire vergoeding.

Maar het agreement gaat pas in 2021 in. Voor Ajax aanleiding om nog even stevig en goedkoop te shoppen in de opleidingen van onder meer AZ en Feyenoord...