Bakker en Bijl | Buitenspel

Eerst waren ze niet goed genoeg en dan nu terughalen. Raar. Dat was en is misschien nog de teneur onder supporters van zowel groen-wit als rood-wit aangaande de interesse van FC Groningen in Glenn Bijl en Nick Bakker van Emmen. Maar zo raar is het niet. Sleutelwoord: ontwikkeling.

Terug in de tijd. In de zomer van 2003 stapt Nick Bakker over van Potetos naar FC Groningen. Zijn nieuwe elftalgenoot Henk Bos geldt als het grote talent van zijn lichting. Van het team waarin Bakker terechtkomt, halen alleen Bos, hijzelf en de een jaar oudere Leandro Bacuna (dan nog Ernestina) het eerste elftal. Breekt Bacuna snel door, Bos en Bakker worden in hun ontwikkeling ernstig geremd door kruisbandblessures. Bakker overkomt dat zelfs twee keer in een jaar tijd. Net nu hij heel dicht tegen het eerste elftal aanzit, raakt hij twee jaar achterop. In zijn laatste jaar bij FC Groningen - hij is dan al wel weer fit - doen Erwin van de Looi en Dick Lukkien geen beroep op hem. Lukkien neemt hem daarna wel mee naar FC Emmen.

In drie jaar tijd is Bakker door veel te spelen geleidelijk aan een meer ervaren en daardoor betere speler geworden.

De drie jaar jongere Bijl raakt in zijn laatste jaar in Groningen geblesseerd aan een knieband wat hem maanden zoet houdt. Hij bekent later in een interview destijds niet voor het voetbal te hebben geleefd. FC Groningen laat hem gaan. Intern wordt de verwachting uitgesproken dat Bijl misschien over een paar jaar wel goed genoeg is. In Emmen kiest hij met dank aan Lukkien alsnog de goede afslag. Ook Bijl is een meer dan eredivisiewaardige kracht geworden. Twee jaar terug waren de twee nog niet goed genoeg.

Nu wel. Niks vreemds aan.