Rarekiek: van old school mediaspeler tot DvhN-column

Rarekiek, de dagelijkse column in de Groninger editie van Dagblad van het Noorden, is na 17 jaar een begrip. Maar de geschiedenis van rarekiek gaat veel verder terug. Historicus Jan Blaauw legt uit.

Het eerste wat u goed moet beseffen is dat de rarekiek een bekend begrip is in de Nederlanden en Europa. Het was een ding, een object. Tegelijkertijd, zoals dat gaat met woorden, was het tevens de bediener van dat object oftewel degene, doorgaans een man, die met het object werd geassocieerd.

Eerst het ding. De rarekiek was een soort kijkkast waarin de kijker taferelen voorgeschoteld kreeg van veldslagen, verre oorden of prominente figuren. Het was daarmee een soort ervaringsdoos, een verbeeldingsopwekker, ofwel een verhalendoos die de kijker iets wonderlijks beloofde. ‘Fraai curieus!’ was de kreet waarmee die belofte werd aangeprezen om nieuwsgierig te maken.

Rariteitenkabinet

Om het woord te duiden kunt u ook denken aan het rariteitenkabinet, de in een kast gepresenteerde verzameling wonderlijke objecten uit verre oorden of die de mirakels van de natuur toonden. Het rare, letterlijk, zit in het bijzondere, het zeldzame, het curieuze. In het Engels is de rarekiek bekend als de ‘raree show’ ofwel de ‘peepshow’, een begrip dat inmiddels verwijst naar een bepaald genre beelden en verhalen maar ook verwees naar deze kijkkasten. De rarekiek werd een mobiele versie, in zekere zin, van de kasten waarin het wonderlijke, het fraaie, het curieuze zat. En was een vroege draagbare mediaspeler.

Poppenhuis

Ontdekkingsreizen en de ontwikkeling van techniek en wetenschap maakte dat dit op steeds vernuftiger wijze gebeurde. In het Rijksmuseum hangt een schilderij van Willem van Mieris uit 1718 van een traditionele rarekiek, een uitklapbaar drieluik dat goed gevuld is met mensfiguurtjes. Het is een aandachtig gemaakt en uitklapbaar poppenhuis. Modernere uitvoeringen gebruikten spiegels en lezen om kijkers door één, twee of meerdere kijkgaten te verrassen met perspectief effecten. Uitneembare platen boden de kans om voorstellingen te wisselen, platen die door uitgevers werden gemaakt. Zo waren rarekieken ook geschikt om wereldnieuws te brengen: uitgevers gaven prenten uit in 1776 met bv New York in vlammen tijdens de Amerikaanse opstand en het omverhalen van een standbeeld van de Engelse koning George III door Amerikaanse opstandelingen. De actualiteit van toen verscheen in de rarekiek als een soort getekend polygoon journaal.

Rarekiek als bioscoop

De bioscoop en de televisie zijn moderne stappen in deze ontwikkeling, waarbij de bioscoop nog het dichtst bij de oude rarekiek staat. Eigenlijk is gewoon de doos wat groter gemaakt zodat de kijker erin zit tijdens de show. In de tv is de kijkdoos mettertijd kleiner en platter geworden, tot smart phone formaat. Met ons huis of onze personal space in bus of trein als opvolger van de doos. En nu hebben we Netflix en kijken we zo vaak dat het verschil tussen het kijken in een kijkkast en het kijken naar de werkelijkheid vervaagt. Verslaafd aan onze verbeelding leven we deels in de rarekiek, zo lijkt het wel. Allicht geen wonder dat fake news aanslaat, want onze verbeelding staat steeds aan.

Kermiskunstje

Ik dwaal af. De drager van de rarekiek werd alras exploitant en presentator inéén. De rarekiek was een attractie, een kermiskunstje met een draagbare bioscoop waarin de uitbater zelf vaak ook een rol in had bv door als voice over verteller te fungeren. Het maakte de rarekiek tot weliswaar kleurrijke maar in de ogen van de gegoede burgerij ook wat bedenkelijke figuren aan wie men de eigen kinderen bijvoorbeeld maar beter niet te lang kon blootstellen. Deze heren met mooie aanprijzende praatjes konden dochters het hoofd op hol brengen en een enkele keer nam wel eens zo’n braaf kind de benen met een charmante rarekiek. De rarekiek had, al met al, wel een reputatie.

De nieuwe rarekiek van den ouden korporaal Smit. Bron : Wikimedia Commons

De Groninger rarekiek

En zo naderen we de krant van vandaag de dag met een grote stap. In 1775 besloot een prominente Groninger om de rarekiek als literaire vorm te gebruiken voor commentaar op de Groninger high society in een pamflet. Het geletterde publiek werd het idee van een rarekiek voorgehouden waarin één voor één taferelen en personages werd opgevoerd en besproken. Niet echt een uniek gegeven overigens, want we vinden rarekieks uit die tijd ook terug in andere steden en andersoortige teksten maar wel met gebruikmaking van dezelfde presentatiestijl. De rarekiek leende zich goed voor spot en satire.

Van soetigheden en meisjens

Zo helpt de Groninger Rarekiek om onze huidige straatnamen wat persoonlijker te maken. We lezen we dat Petrus Camper zeer kundig in zijn studie doch ook nogal trots en heerszuchtig was. Anthonius van Iddekinge ofwel “Sint Antoon” was een trouwe adjudant van het Huis Oranje die in Groningen stevig de lakens uitdeelde en daarbij zijn familie, vrienden en bondgenoten steevast meer laken gaf dan anderen. Zijn entourage en clientèle werd in de Rarekiek flink op de korrel genomen. Zijn oudste dochter duikt op vanwege haar innige relatie met een schilderdocent naast haar huwelijk, van wie ze volgens de auteur een kind kreeg ook zonder dat echtgenoot dit doorhad. We lezen over burgemeester Van Sijsen die fanatiek kaartspeler was en daarbij slecht tegen zijn verlies kon. We lezen over Adam Widders en Antonius Brugmans, professoren in de wijsbegeerte en “groot liefhebbers van eten en drinken.” En professor Le Sage ten Broek, “die houdt veel van koek, en soetigheden, dus ook van meisjens, die helpt de bazen, waarom hem de glazen verscheidene reizen zijn ingeslagen.” We lezen over Wynoldus Munniks die van veearts mensenarts werd en de burgerij inente tegen de pokken. “Hij is gants galant, seer buigzaam en aardig” en dat verklaart nogal wat, zo vervolgt een smeuïge voetnoot die het inenten wat ruimer nam: “Hierdoor verstaat men dat hij geëngageerd is geweest aan mevrouw Lewe van Aduard die, naar men zegt, een kind bij hem heeft gehad.”

‘Daar ben ik weder’

De schrijver beweert in de eerste van vijf afleveringen dat hij eens aan de rest van het land wil voorhouden wie hier in Groningen de goeden en de kwalijken zijn en wat er zoal voorvalt. “Ik sal jou eerst vertoonen de fraaye stadt Groningen, met alle zyne mooye en ook syn akelyke wooningen.” In de tweede aflevering, die jaren later verscheen, vervolgt de schrijver alsof het vorige week was dat deel één werd vertoond: “Daar ben ik al weder, met myne rarekieke, met nieuwe gesichten, soals je dergelieke, nergens kunt vinden, zoals hier ten stede, zoo mooye en zo raare, als ik ga verklaren.”Alras blijkt dat al wat fraai en curieus is aan Groningen vooral draait om de mensen en de potjes die ze ervan maken. In de stad, voor de stad, ten koste van de stad. Vriendjespolitiek, corruptie, overschrijdend seksueel gedrag. De rarekiek wekt de indruk alles te zien en te doorzien, zoals het volgende staaltje diplomafraude.

Een groote party gehuurde studenten

“Kyker geef acht! Zij gaan nu marcheren naar de Kerk, wy volgense om daar ‘t Proomoveren van een kandidaat tot doctor te zien. Hoe struive hem die knaap sich aan het hooft te sien van een groote party gehuurde studenten, om een lekkere smul discrete opponenten. Het komt, ook daarom, altoos daarop uute, dat hij triomfeere met gekogte dispuute. Daar keert die Letterheld in triomf weer heen, hij lagt in syn vuijst dat Groninger Atheen syn yver en vlyt, schoon beide armhartig, se met de bul heb bekroond, se handle barmhartig, die maar een half jaar heeft gestudeert, mits hy maar geeft splint wordt de bul vereert, wat groeit hier ten stee de goede negotie, men koopt hier Latijn, men handelt promotie. Dat maakt ook veel klante, dat geeft ook veel nering. Het kost wel wat geld, maar het spaart ook veel lering.”

Dat blyve heel secreet

We lezen over het Provinciehuis, waar de heerenboeren van buiten de stad vergaderen en stemmen uitbrengen in geheimzinnige vergaderingen die worden gekenmerkt door stilte en gapen. “Ik kan jou niet vertel wat daar al om gaat, dat blyve heel secreet en wordt nooit verpraat.” De rarekiek memoreert, in een voetnoot zo ernstig als ware het een kwaliteitskrant, hoe de oudste zoon van Sint Antoon, Anne Willem van Iddekinge, de inwoners van de dorpen Hoogezand en Sappemeer op torenhoge kosten joeg toen ze de wegen die hij hen had gevraagd aan te leggen naar zijn smaak niet goed genoeg hadden gedaan en hij op hun kosten het nogmaals liet doen door verplichte afname van peperdure scheepsladingen zand. En intussen zelve in Groningen de liefhebber van Wijntje en Trijntje uithangend, een karaktertrek die de familie nog financieel en moreel zou opbreken later, terwijl niemand in de raad er wat van durfde te zeggen uit vrees voor zijn almachtige vader de Luitenant-Stadhouder. “Die durven niet klikken noch straffen het kwaade, uit vreze zij verliezen zijn vaders genade.”

RTL Boulevard meets WF Hermans

Afijn, zo gaat het verder en verder, deze kruising van RTL Boulevard en Onder Professoren van Willem Frederik Hermans. De taal is wennen, want het is Nederlands van twee eeuwen geleden en woorden betekenen niet altijd letterlijk wat je in eerste instantie meent te lezen met alle kennis van 2019. Bovendien was dat spel en werd het Hollands verfranst om het buitenlandse accent van rarekiekdragers die pretendeerden van verre te komen te benaderen. Maar de pen is trefzeker en de toon licht bijtend als de kleine en grote misdragingen van de elite over het voetlicht worden getrokken. Hermans lijkt een aardige vergelijking, aangezien deze in zijn roman een soortgelijk spottende en soms harde zedenschets geeft van een gemeenschap, in zijn geval met name dan van de academische gemeenschap. Met enkele belangrijke verschillen in vorm. Hermans publiceerde onder eigen naam toen hij eenmaal was vertrokken en benoemde zijn personages met namen die lezers liet raden wie nu wie was, zoals Dingelam, Kaekebeecke en Takstra. De auteur van de rarekiek zelf bleef anoniem en besprak zijn personages vanuit hun midden.

Wie was hij?

De schrijver was duidelijk niet zo maar iemand. De schrijver was goed geïnformeerd en een kenner van de elite. De levensechtheid van de personages wekken de indruk, zo stelde onderzoeker Jan van der Meer in een proefschrift over die tijd in Groningen, dat er meer feit dan fictie werd geschreven. Maar wie o wie was deze klikspaan of klokkenluider? Namen die vallen zijn die van professoren Gadso Coopmans en Tonco Modderman. De laatste dichtte ook, wat past bij de rijmende stijl van de rarekiek, maar een beginnende advocaat die een gezin van twaalf kinderen stichtte in die jaren had andere zaken aan zijn hoofd, zo twijfelt Van der Meer, die en passant opmerkt dat stijl en de kennelijke bedoeling van de auteur goed passen bij het werk van predikant Theodorus Brunsveld de Blau, een man die ooit een preekverbod opgelegd kreeg bovendien en wellicht een motief had. Zou het kunnen dat het anoniem geschreven woord tezamen met de vorm van de rarekiek een uitgelezen kans bood om toch zijn ei kwijt te blijven kunnen? Hard bewijs ontbreekt. Wellicht behoorde de schrijver zelf tot de intimi Van Iddekinge en was dat een reden dat dergelijke observaties en meningen niet op naam konden verschijnen. Zo blijft de Groninger Rarekiek tot de dag van vandaag met enig mysterie omkleed.

Patriot of Prinsgezind?

Het motief om te publiceren wordt doorgaans gezocht in de richtingenstrijd tussen patriotten en prinsgezinden dat het land in die jaren onder stroom zette. Ook elders, bijvoorbeeld in Frankrijk en de Verenigde Staten, werden traditionele bestuursvormen ter discussie gesteld. De Groninger Rarekiek wordt meestal in de hoek van de patriottische sentimenten geplaatst, maar dat maakt de auteur nog niet meteen progressief. Ook historicus Klaas van Berkel haalt de Groninger Rarekiek aan in zijn geschiedenis van de universiteit als een conservatief en lichtsatirisch pamflet dat in toenemende mate politiek gerichter werd gedurende de tien jaar waarin het verscheen.

Moesjankers en coquetten

Zo belandde de rarekiek behalve in het collectieve geheugen van Groningen ook in de geschreven verbeelding van Groningen. Door het controversiële als fraai en curieus te presenteren vrijwaarde de schrijver zich vast van kritiek, al vertelt de anonimiteit ons dat daar niet volledig op werd vertrouwd. Per slot van rekening was het hier wel de gevestigde horde die op de hak werd genomen om punten te maken en men wist maar nooit hoe het zou vallen. Dat besef klinkt door als de volleerde reisleider de lezer door de stad loodst en eindigt met een gespeeld nederig excuus dat het steeds over die notabelen moest gaan. “Wat hier al passeert, bij arme en rijke, pedanten, moesjankers, petit maitres, coquetten, bij dienstbare en vrije, bij meiden en sletten, wat die al verrigt op straate en kerke, meer als de kyker sou denken of merken. Ik weet nog veel meer doch wil dat wat sparen, de waarheid die kan de haate ligt baaren. Vrinden ik schei uit! Ik heb u lang verteld. Naderhand wat nieuws, pak nu maar je geld.”

Rarekiek is overal

Af en toe klinkt, met enige verbeelding, iets van die oude rarekiek door in de stukjes die we nu al jaren kennen uit de krant. Deze zijn ook anoniem en ook de rarekiekredactie lijkt soms overal te zijn en van alles te zien. Het kleine venster waarin, als ware het een kijkkast in de krant, iets opvallends uit de werkelijkheid wordt uitgelicht en puntig wordt gepresenteerd. En het kan maar zo zijn dat we ons vroeg of laat terugvinden in de krant, gespot door de rarekiekschrijvers. Zo was er een half jaar geleden een aflevering over een man die een verhaal schreef in het Concerthuis aan de Poelestraat en ineens een bierviltje met een telefoonnummer op zijn tafel zag ploffen. De dame die de boodschap had gebracht had hij in zijn verbouwereerdheid niet eens gezien, in beslag genomen door de geschreven vraag: “Mag ik u door middel van dit viltje naar rechts swipen?” Die man, dames en heren, was ik. Wie weet bent u de volgende. Dat er nog maar vele rarekieken mogen verschijnen.