Botsende belangen | column Buitenspel

Het was niks, het is niks en het wordt ook nooit iets. Ik heb het over de competitie voor tweede elftallen in het betaalde voetbal.

Begin vorige week zag ik FC Groningen 2-Vitesse 2 en toen kwam weer boven wat ik door drie jaar deelname van een beloftenteam van FC Groningen aan de derde divisie al bijna weer was vergeten: een tweede elftal blijft een wisselend samenraapsel van spelers die met verschillende intenties het veld instappen.

Ervaren profs die terugkomen van een blessure of na een reeks reservebeurten wedstrijdritme moeten opdoen, vatten zo’n wedstrijd anders op dan een jong talent. Een enkele prof maakt het niet uit of hij voor 200 toeschouwers op Corpus den Hoorn speelt of voor 20.000 in Euroborg. Maar het merendeel heeft de prikkel van een stadion of het belang van een echte wedstrijd nodig om voluit te gaan. Jonge spelers zetten in zo’n tweede elftal hun beste beentje voor en staan soms bloednerveus op het veld. Samen met ervaren ploeggenoten en tegenspelers die lang niet alles geven. Echt veel leren doe je als jong talent dan ook niet in zo’n tweede elftal.

Voor de tweede elftallen doen trainers een beroep op spelers uit onder 19. Niet op spelers die daar reserve zijn of terugkeren van een blessure, maar juist op de uitblinkers. En daar wringt hem de schoen. Het opvullen van de vaak zielloos spelende tweede elftallen gaat ten koste van de hoogste jeugdteams die wel wekelijks tegenstanders treffen die echt willen winnen. Een talentvol, maar verzwakt FC Groningen onder 19 dreigt zo andermaal de kampioenspoule van de eredivisie mis te lopen.