Ondanks protest toch auto's op Oosterhamriktracé Groningen (maar wanneer is onduidelijk)

B en W van Groningen willen het Oosterhamriktracé hoe dan ook openstellen voor autoverkeer. Deze route tussen Kardinge en de Groninger binnenstad/ UMCG Noord is nu nog alleen toegankelijk voor bussen.

,,De autoverbinding heeft een toegevoegde waarde voor de bereikbaarheid van het oostelijk deel van de stad en verbetert de leefbaarheid op andere plekken. Daar neemt de verkeersdruk af’’, schrijven B en W in een brief aan de gemeenteraad. ,,Rechtstreekse autoverbindingen van de ringweg naar de wijken en het centrum zijn noodzakelijk om binnen de ring de leefkwaliteit te verbeteren.’’

Geen alternatief

Volgens het college is de autoroute, waartegen de laatste jaren flink geprotesteerd is, nodig vanwege de verwachte groei van het aantal bewoners, bezoekers en verkeersdeelnemers. De alternatieve route voor het tracé, via de Korreweg en de Gerrit Krolbrug, is niet toekomstbestendig.

Aan een nieuwe autoverbinding met de ringweg valt volgens B en W ook niet te ontkomen als Groningen maximaal inzet op afname van de verkeersdruk. Er wordt wel gekeken naar gebruik als wijkontsluitingsweg met een andere inrichting en een lagere maximum snelheid (30 km/uur).

De ingebruikname van de autoroute duurt ook nog wel even. Het definitieve ontwerp is niet in 2021 klaar, zoals de bedoeling was. Er komt nu in 2024 een samenhangend pakket aan bereikbaarheidsmaatregelen voor het gebied.

Dat houdt rekening met de bruggen over het Van Starkenborghkanaal en een nieuw mobiliteitsplan dat de stad nog moet vaststellen. Een aparte busbaanbrug zal niet voor 2028 open gaan.

Hoe beperk je het autoverkeer?

In de aanloop naar dat integrale mobiliteitsplan presenteerden B en W van Groningen woensdagmiddag alvast twee grote onderzoeksrapporten over de mobiliteit. Het plan moet de stad leefbaarder maken.

Om het autoverkeer te beperken, het gebruik van de ringweg te stimuleren en meer ruimte te scheppen voor lopen, fietsen en openbaar vervoer zijn deze denkrichtingen onderzocht:

- het autoluw maken van alleen specifieke locaties;

- binnen de ring alles 30 km/u met hoofdroutes vanaf de ring;

- een sectorenmodel tot aan de ringweg (met of zonder de Diepenring als binnenring). Dit zijn uitbreidingen van het verkeerscirculatieplan uit 1977.

Wat vinden B en W ervan?

,,Als autoverkeer op de ene plek wordt weggedrukt, vermindert het totale autoverkeer (ten dele) maar krijgt een andere plek juist weer meer autoverkeer. Geen van de denkrichtingen is eenvoudig uitvoerbaar.’’

Over het sectorenmodel met een tweede verdeelring bij de binnenstad is de brief het negatiefst: ,,Dat zorgt voor een grote verkeersdruk rond de binnenstad, op plekken waar lopen, fietsen, verblijfskwaliteit en OV-betrouwbaarheid steeds belangrijker worden.’’

Over het sectorenmodel wordt in Groningen de komende tijd waarschijnlijk nog veel gediscussiëerd. ,,Dat zorgt voor een forse afname van het aantal autoverplaatsingen, maar door omrijden neemt het aantal autokilometers toe en komt de economische bereikbaarheid onder druk te staan.’’

Treinstation Zernike

In het (lange termijn)plan rept Groningen voor het eerst over een treinstation Zernike. Hoe die gerealiseerd zou moeten worden (als eindstation van een nieuwe spoorlijn of als onderdeel van een nieuwe spoorlijn naar Zuidhorn) is nog niet duidelijk.

In het verleden zijn er verschillende plannen voor een station geweest, onder meer als aftakking vanaf de spoorlijn naar Sauwerd langs de noordelijke ringweg, of langs de westelijke ringweg.

Behalve Zernike worden ook Hoogkerk, de Suikerwijk (voormalige suikerfabrieksterrein) en de Friesestraatweg langs bestaande spoorwegen als mogelijke nieuwe stations genoemd.

Geen tram, maar bus

Volgens het college lijkt het erop dat er naast de trein naar Zernike geen tramsysteem in Groningen nodig is. ,,We rekenen de drukste buscorridors nog door op reizigersaantallen en exploitatie, maar vooralsnog bestaat de indruk dat (tram)bussen ook de zwaarste corridors kunnen bedienen.’’

Er zijn wel meer busbanen en vrije OV-routes nodig om het openbaar vervoer aantrekkelijk te houden. ,,Voor een betrouwbare dienstregeling is een ongestoorde doorstroming de bepalende factor.’’ Alleen het Gedempte Zuiderdiep en de Diepenring (de huidige en aanstaande busroutes in en bij de binnenstad) worden genoemd als plekken waar de bus wel wat langzamer mag rijden.

Minder haltes

Busreizigers moeten er rekening mee houden dat het aantal bushaltes flink vermindert. Het stadsbestuur kiest in navolging van de succesvolle Q-link lijnen voor het bundelen en ‘strekken’ van busroutes. Dat betekent dat de bus niet meer door wijken en buurten slingert, maar reizigers aan de rand oppikt bij een buurt- of dorpshub.

Daar rijden dan weer meer en snellere bussen. B en W: ,,Dat is kosteneffectief en daarmee toekomstvast. Voor de grootste groep reizigers weegt een hoogwaardig aanbod bij een halte zwaarder dan de afstand tot de halte. Voor minder zelfredzame reizigers moeten er goede, vraagafhankelijke alternatieven zijn.’’