De politiek vaart wel bij selectief vergeten | column Theo van der Werff

De afgelopen week was er weer een heleboel gedoe omdat onze premier last bleek te hebben van selectief geheugenverlies. Daar wordt dan in een soort toneelstuk heel veel over gepraat, waarna nooit een besluit genomen wordt dat consequenties heeft. Dat noemt men in het vakjargon een debat.

Ik zal eerst nader toelichten waaraan je de verschillende vormen va selectief vergeten herkent. Om te overleven in de politiek moet je minimaal twee vormen beheersen om carrière te maken.

De minst ernstige vergeetachtigheid. Dan beheers je de kunst om alle foute besluiten en handelingen snel te vergeten, de positieve punten steeds te blijven benaderen en die, waar dat kan, ook van de daken te schreeuwen. Punten die later genoemd worden met de nadruk op wat je allemaal bereikt hebt. Alle staatsecretarissen en ministers krijgen hier communicatietraining in.

Een wat heftiger vorm. Deze heeft de politiek overgenomen van het (straf)recht en de bouwfraude, waar het ook zichtbaar werd. Je ‘vergeet zomaar dingen’. ‘Dat weet ik niet meer of kan ik mij niet meer herinneren’. In de zaak over slachtoffers bij een missie van ons leger maakten een huidig lid van het kabinet en een oud-minister daar gebruik van. Deze twee personen wisten één ding zeker: het staat niet op papier of wordt ten minste de eerste 50 jaar niet openbaar gemaakt. Zelf denk ik dat deze kwestie destijds besproken is in het vrijdagoverleg in de Trêveszaal, maar iedereen die daar bij was kan zich beroepen op zijn of haar slechte geheugen. 

De zwaarste vorm van geheugenverlies. Ondanks bleek uit notulen dat in een overleg gedreigd was de gaskraan dicht te draaien. De partijen die hierbij betrokken waren speelden het spel goed. ‘Het kan zijn dat dit gezegd is (of iets van die strekking) maar dat was zo niet bedoeld’. Ze kwamen er mee weg want ze waren zo slim om niet te zeggen dat de notulist dit verkeerd genotuleerd had. Want dan gaat de notulist zich vrij pleiten omdat die ten onrechte iets in de schoen geschoven krijgt. Dan komt wel of niet lekkend boven water dat de bewindsman de conceptnotulen goed gekeurd heeft of zoiets. Deze ramp is voorkomen.

Een andere keer ging het wel fout. Misschien hebben ze daar van geleerd. Een kamerlid werd erop aangesproken dat zijn bedrijf geen of te weinig sociale lasten/pensioenen voor het personeel afgedragen had. De bewijsstukken waren er dus hij kon zich niet beroepen op zijn slechte geheugen. Hij roep toen maar ‘mijn secretaresse is vergeten mij dat te melden’ of zoiets. Prompt doet de secretaresse wat ze moet doen: uitleggen dat zij niets fout had gedaan maar dat het kamerlid zelf de regie had over het niet betalen.

Ik maak mij zorgen over het effect dat het selectief vergeten bijdraagt aan het feit dat steeds minder mensen de politiek serieus nemen en daarvan vervreemden. Met als gevolg minder stemmers en later meer gele hesjes.

Theo van der Werff is Groninger ondernemer en accountant