Eurosonic Noorderslag in Groningen: Internationaal muziekfestival barst bijna los

Tijdens Eurosonic Noorderslag houdt muziekjournalist Peter van der Heide een dagboek bij. Vandaag aflevering 1: Dromen.

Dream baby dream. Het woord forever voegde Alan Vega van de elektronische punkband Suicide er in de tekst voor de zekerheid aan toe. Altijd blijven dromen mensen. En hoewel Marco Borsato de pret nog probeerde te bederven door te benadrukken dat de meeste dromen bedrog zijn, kunnen we om het positief te houden beter meegaan met de romantische aanmoediging van de overleden New Yorker.

Dat geldt zeker voor die honderden poptalenten uit 34 Europese landen die vanaf morgen neerstrijken in Groningen om tijdens Eurosonic hun dromen na te jagen. Het is niet te hopen dat we daarmee als gastvrije noorderlingen het Paard van Troje binnenhalen en zo onze eigen ondergang bewerkstelligen. We gaan uit van de goede bedoelingen van al die vrouwen en mannen, de muziekprofessionals en zij die gewapend met microfoons, elektronica, gitaren en drumstellen de stad voor even omtoveren tot het middelpunt van de Europese popindustrie.

Eurosonic Noorderslag spookt al weken door mijn hoofd

Met drie dagen Eurosonic voor de boeg en Noorderslag als Nederlands onderonsje ter afsluiting lijkt het aan het begin van de week stilte voor de storm. Maar schijn bedriegt. De voorbereidingen zijn al weken in volle gang. Toegegeven, toen ik eind november naar Genève vloog om in Lausanne vier acts uit focusland Zwitserland aan het werk te zien, moest de verdieping nog wat op gang komen. Maar sindsdien spookt Eurosonic Noorderslag voortdurend door mijn malende hoofd, aangewakkerd door al die mails van promotors, boekingsagenten, platenmaatschappijen, conferentiegangers en artiesten die uitnodigen en attenderen.

Het is een ritueel. Ruim voor de kerstdagen begint het luisteren en moet het een en ander in de steigers worden gezet om in januari fatsoenlijke tekst te hebben en enigszins beslagen ten ijs te kunnen komen. Wie vandaag nog begint met zich verdiepen in het programma, wens ik sterkte.

In 1987 had ik, tijdens de eerste editie van Noorderslag (een jaar na voorloper Holland – België), niet kunnen dromen dat ik als vijftiger al decennia beroepsmatig over dat festival zou schrijven. Toen zag ik als pure liefhebber pretpunker Eddy Huizing met zijn band Boegies triomferen en hoorde hem zingen: ,,Ik ben de dorpsgek.” Zijn wij dat niet allen, denk ik nu.

Iedere poging tot overzicht is een kansloze missie

Ook de initiatiefnemers van weleer, de heren Pim van Klink, Robb Kauffman, Peter Smidt en Rob Akker, zullen niet hebben durven dromen dat het muziekfeest zo plezierig uit de hand zou lopen. Dat met de komst van Euroslagt/Euroslag/Eurosonic in de jaren negentig de hoeveelheid optredens en locaties geleidelijk zo overstelpend zou worden dat iedere poging om tot een overzicht te komen bij voorbaat een kansloze missie is. Zelfs voor een muziekrecensent die met het juiste polsbandje (en schroom) voorrang krijgt en mopperende bezoekers die in een andere rij staan het nakijken geeft.

Vanavond valt het allemaal nog mee als Groningers, Drenten en Friezen in het Grand Theatre bijeenkomen tijdens het Popgala Noord. Daar vallen enkele noordelijke artiesten, die dromen van een meeslepende popcarrière, in de prijzen. En dan blijkt dat die Borsato, toen hij nog niet overwerkt was, ook een optimistische kijk op de zaak had: een keer in de zoveel tijd komen dromen uit.