Wet Arbeidsmarkt in (on)balans (deel 5) | column Theo van der Werff

Ik kan het niet laten om ook deze week weer aandacht te besteden aan de nieuwe Wet Arbeidsmarkt. Eén van de vele zaken die op ons afkomen en energie vragen, in een wereld die voor ons allemaal steeds complexer wordt, of het nou gaat om werken of privé- en andere zaken.

De regering wil graag credit hebben voor deze nieuwe wet, die de fouten van de vorige wet probeert te repareren. De vakbeweging is ook blij omdat zij bijgedragen heeft aan meer schijnzekerheid. Als dit tot goede nachtrust leidt voor haar leden dan heb ik niets meer te zeggen.

Nu wil ik het graag hebben over de onbalans die ontstaat omdat de politiek besloten heeft de werkvoorzieningen af te bouwen, met alle onmenselijke gevolgen van dien. Weten de bedenkers van de afbraak van de voorzieningen wel waarom deze ontstaan zijn en hoeveel levensvreugde ze aan velen gegeven hebben. Ik denk het niet. Anders waren ze alleen bezig geweest om de in het verleden ingeslopen fouten te repareren en waren ze niet tot afbouw/opheffen gekomen. De afbouwers kijken alleen naar kostenbesparing en hoe je daar mee kunt scoren.

De werkvoorzieningen zijn in het leven geroepen voor mensen die nooit bij een baas voor een normaal betaald commercieel tarief zouden kunnen werken. Als je zo’n gelegenheid niet biedt worden die mensen ongelukkig en krijg je ook nog extra kosten om ze te begeleiden, gezondheidszorg te regelen, ze op te vangen en te voorkomen dat zij op het slechte pad komen en met justitie in aanraking komen.

Dus het systeem geeft die mensen een prima dagbesteding tegen minimale kosten voor de overheid. Dat werkte super want de gemeenten hielden op deze manier mensen van de straat die ook nog eens zinvol bezig waren. Bovendien was er toen nog werk in de maakindustrie en door subsidie op de lonen was het voor het bedrijfsleven heel aantrekkelijk om bepaalde producten door de voorzieningen te laten maken. Met het vertrek van de maakindustrie uit Nederland was er minder werk voor de voorzieningen en lukte het niet om ander werk te vinden . Het dreigde dus de gemeenten geld te gaan kosten.

Dan gaat de overheid te werk als altijd: dan gooien wij de mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt maar naar het bedrijfsleven, dan moet zij het met minimale vergoeding maar oplossen. Dat gaat natuurlijk fout.

Volgens mij moeten de werkvoorzieningen met de overheid in overleg en taken via de overheid krijgen. Misschien kan de werkvoorziening ook bemiddelen bij vrijwilligerswerk met behoud van uitkering voor deze mensen. Als alternatief kan ik mij voorstellen dat bij de legalisering van de softdrugs de werkvoorzieningen de productie gaan verzorgen. Dan wordt er daar weer winst gemaakt en hoeven de overheden niet bij te dragen.

Theo van der Werff is Groninger ondernemer en accountant