Flexibele opzet | column Buitenspel

GRONINGEN Er komt vast een dag waarop er weer kan worden gevoetbald met publiek. Probleem is dat niemand weet wanneer. Gaat dat nog voor de zomer gebeuren?

Waarschijnlijker is dat de profclubs pas daarna weer voor gevulde tribunes kunnen spelen. En pas ononderbroken door nieuwe lockdowns totdat er een deugdelijk vaccin tegen Covid-19 is ontwikkeld.

Zolang onzekerheid de enige zekerheid is, lijkt het verstandig om na te denken over een flexibele competitieopzet. Eentje waarin rekening wordt gehouden met een normaal verloop maar ook met korte of langere onderbrekingen. Er zijn aardig wat voorstanders te vinden van een eredivisie met twintig clubs. De huidige achttien plus Cambuur en De Graafschap die zich in de eerste divisie flink hebben afgescheiden van de rest.

Ik ben vóór en zou zeggen: splits de twintig clubs dan op in een Eredivisie Noord en een Eredivisie Zuid van elk tien clubs. Daar zijn achttien speelronden voor nodig. Wanneer die zijn afgerond zien we wel of er genoeg speeldagen overblijven om de bovenste vijf van beide divisies om de titel te laten spelen en de onderste vijf tegen degradatie. Dat zijn nog eens tien of desgewenst opnieuw achttien speelronden. Zit dat er niet in, dan blijven er genoeg kortere play-offmogelijkheden over.