Biologische boerderij De Eemstuin uit Uithuizermeeden bezorgt nu ook in stad Groningen aan huis

De Eemstuin bezorgt z’n biologische groenten nu ook in de stad Groningen tot bij de klant op de stoep. De biologische boerderij deed al aan thuisbezorgen in het noorden van de provincie. Vanwege de coronacrisis is de bezorgservice tijdelijk uitgebreid.

Eigenlijk was de stadse bezorgservice bedacht voor het geval dat de markt vanwege corona zou worden afgelast, vertelt Liz Wijma. Samen met Jouke Anema is zij eigenaar van biologisch-dynamisch landbouwbedrijf De Eemstuin in Uithuizermeeden. Ze verkopen hun groenten in een eigen winkel, bezorgen in en om de gemeente Het Hogeland en staan op vrijdagen op de Vismarkt in Groningen.

Toen premier Rutte enkele weken geleden de eerste coronamaatregelen aankondigde, vermoedden Wijma en Anema dat die markt er voorlopig misschien bij in zou schieten, en daarmee een groot deel van hun inkomsten.

‘Coronapakket’ van De Eemstuin is in trek

,,Daarom zijn we ook in de stad groentepakketten gaan bezorgen”, zegt Wijma. „Ook al gaat de markt nog steeds door, op deze manier hebben we een beetje buffer voor als wij zelf bijvoorbeeld ziek worden.”

Iedere vrijdag brengt De Eemstuin bij maximaal 100 gegadigden in de stad een doos vol groente thuis. De service vindt gretig aftrek, merkt Wijma: „We hebben een heel aantal vaste klanten, vooral ook ouderen, die nu toch liever niet hun huis uit gaan. Ik vind het fijn dat we hen juist nu met lekkere gezonde groenten kunnen verwennen.”

Klanten opvoeden met bijzondere voorjaarsgroenten

Wat precies in het pakket zit, hangt af van wat er de voorgaande week is geoogst. In ieder geval kunnen klanten producten verwachten die je bij de gemiddelde supermarkt niet snel vindt: wilde broccoli, mosterdblaadjes of bladkool, bijvoorbeeld.

„Die kun je in het heel vroege voorjaar oogsten”, verklaart Wijma. „Iedereen is nu wel zat van de winterse knollen en kolen, en dan is het beter om dit soort groenten te eten dan tomaten van ver weg.” Lachend: „Daar proberen we mensen een beetje in op te voeden.”