Bijna 60 jaar dodenherdenking | column Theo van der Werff

Wat de reden geweest is dat wij als kinderen al mee gingen naar de dodenherdenking, dat kan ik niet meer navragen. Mijn ouders hebben niets in het verzet gedaan en mijn vader had de mazzel dat hij vanwege onmisbaarheid niet in Duitsland hoefde te werken.

We woonden op de Ubbo Emmiussingel en dan is het niet ver naar de Grote Markt waar in mijn beleving de kranslegging was, voor de plek waar vroeger het Scholtenhuis stond en later het Vindicatgebouw. Als jochie van een jaar of acht, bijna 60 geleden, ging ik al mee. Niet onbelangrijk: je mocht dan ook later naar bed. Het is een echte traditie geworden.

In de jaren 1970-1980 kwam ik door mijn werk in contact met veel verzetsmensen. De schoonvader van mijn baas, en later collega, was de eigenaar van de Noord Nederlandse Clichéfabriek. Hij was een verzetsman, die niet meer is teruggekeerd uit Neuengamme.  Onder meer via hem kwamen wij in contact met andere verzetsmensen. Zij (en hun weduwen) kregen een uitkering van de Stichting 40-45 en het toekennen van de uitkering kon soms door onderzoek wel jaren duren. Dan kregen ze ineens heel veel geld dat wij dan fiscaal gunstig probeerden te spreiden. 

Mede door de contacten met de verzetsmensen ben ik mij meer in de oorlog gaan verdiepen en dan kom je van alles tegen.  Een voorbeeld. Een politieman weigerde Joden op te halen. Hij is toen gearresteerd door een collega en vervolgens in een kamp terechtgekomen. Na de oorlog is hij weer bij de politie gaan werken en de collega die hem uit huis haalde is altijd, zijn hele carrière lang, zijn chef gebleven. Dus hij agent, zijn collega hoofdagent, daarna hij rechercheur en zijn collega inspecteur. Hij inspecteur en zijn collega hoofdinspecteur. Waarom ging dit zo? Omdat de agent die de arrestatie verrichtte tijdens de oorlog gewoon verder aan zijn carrière kon werken. 

Sinds wij weer in de binnenstad wonen lopen wij ook mee met de stille tocht van de gevangenis naar het Martinikerkhof. Heel indrukwekkend en met perfecte muziek. Maar tijdens de dodenherdenking waren er ook soms storende incidenten. Twee zijn mij bijgebleven.  

Het eerste was, toen het oude politiebureau op het Martinikerkhof gekraakt was en een kraker het nodig vond om bij het begin van de twee minuten stilte een aantal onverstaanbare woorden te schreeuwen. Het tweede incident was een aantal jaren later, toen een wethouder, trots op zijn mobiele telefoon, het noodzakelijk achtte om die al meteen op het grasveld aan te zetten. 

Door corona heb ik voor het eerst de uitzending op TV gezien van de dodenherdenking op de Dam. Ik vond het indrukwekkend met een zeer waardige speech van onze koning. Gelukkig zie ik dat de dodenherdenking ook leeft bij onze dochters en ook al, voor zover dat al kan, bij de kleinkinderen. 

Theo van der Werff is Groninger ondernemer en accountant