Djoen (35) uit Groningen helpt daklozen en migranten met corona in België

Voor zijn werk reist hij de hele wereld over, maar de afgelopen weken was hij wat dichter bij huis. Nou ja, een beetje dan. Djoen Besselink (35) uit Groningen hielp namens Artsen zonder Grenzen (AzG) bij de bestrijding van de coronapandemie in België.

Besselink is geboren en getogen in Groningen. Na een studie psychologie en een internationale master humanitaire hulpverlening ging hij in 2010 aan de slag bij AzG als project coördinator. Voor zijn werk kwam hij in landen verspreid over de hele wereld, waaronder Liberia, Haïti en Afghanistan.

De laatste weken was zijn werk dichterbij ‘huis’ en ging hij aan de slag in België, waar hij namens AzG twee grote projecten coördineerde in de strijd tegen corona. „Het gebeurt niet vaak dat we in een land als België noodhulp opzetten, omdat de zorg daar vaak erg goed is,” legt hij uit. „Nu was de zorg ook goed, maar we zagen dat twee groepen tijdens de corona-uitbraak erg kwetsbaar waren: ouderen in verpleeghuizen en dak- en thuislozen.”

Ervaring besmettelijke ziektes

Voor deze twee groepen zette AzG twee acties op. Zo kregen ruim vijftig verzorgingstehuizen advies over hoe ze besmetting konden voorkomen en hun werknemers konden beschermen. „Tijdens onze werkzaamheden hebben we vaak te maken met besmettelijke ziektes als ebola en cholera. We weten hoe we met infectie en controle daarvan moeten omgaan.”

Ondanks dat ebola en cholera hele andere ziektes zijn, zag Besselink tijdens zijn tijd in België wel duidelijke overeenkomsten in de reactie van mensen. „De ziektes zijn anders, maar de angst voor besmetting is hetzelfde. Mensen zijn bang dat hun familieleden en vrienden een besmettingsgevaar vormen en ze worden bang voor elkaar. De sociale steun valt hierdoor weg en dat is heel emotioneel om te zien.”

Bizarre tijd

Naast het verstrekken van advies zette AzG ook een noodopvang voor daklozen en migranten op. „België ging vroeg in de lockdown en mensen mochten niet meer de straten op. Wanneer je ziek was, werd je gevraagd om thuis te blijven en contact op te nemen met de huisarts. Maar daklozen en een grote groep vluchtelingen hebben geen huis én geen huisarts. Zij konden nergens heen en hadden hulp nodig.” In Brussel werd daarom een medisch opvangcentrum met 150 bedden uit de grond gestampt waar daklozen, migranten en mensen zonder vast verblijf terecht konden. „In het centrum hadden ze toegang tot douches, eten en medische zorg. Op deze manier konden ze toch aan de regels van de overheid voldoen.”

Werken te midden van de pandemie ervoer Besselink als een bizarre tijd. „Aan de ene kant is het heel mooi en bijzonder dat je direct wat kan doen voor de mensen daar. Ook was het ingewikkeld, omdat het niet altijd een makkelijke doelgroep was. We kwamen mensen tegen met verslavingen, mensen met verschillende culturen en dan is het de uitdaging om ze op een positieve manier ervan te overtuigen om te blijven, want dat wil je uiteindelijk bereiken.”

‘Vergeet solidariteit voor elkaar niet’

Ondanks de grote impact van het virus kijkt Besselink wel met vertrouwen naar de toekomst. „Ik denk dat het heel belangrijk is dat we de solidariteit voor elkaar niet vergeten. Ik vond het heel bijzonder om te zien hoeveel vrijwilligers bereid waren elkaar te helpen en klaar voor elkaar stonden. De lockdown is straks voorbij en ik hoop dat we op een positieve manier gebruik kunnen maken van de solidariteit die er nu is en daarmee verder kunnen.”