FC Groningen en de aanvalsopties met Arjen Robben

GRONINGEN Met Arjen Robben, een nog aan te trekken spits en schaduwspits hoopt FC Groningen komend seizoen aanvallend beter voor de dag te komen dan afgelopen seizoen.

Vijftien clubs scoorden toen vaker dan de ploeg van Danny Buijs.

FC Groningen had na 26 wedstrijden een doelsaldo van 27-26. Slechts ADO en VVV scoorden nog minder vaak. Zonzijde: alleen Ajax en AZ incasseerden minder tegentreffers. Het leverde FC Groningen het imago op van verdedigende ploeg. Maar wie de wedstrijden zag en de onderliggende statistieken bestudeert, komt tot een wat andere, simpeler conclusie: FC Groningen verdedigde vooral erg sterk en was aanvallend erg zwak.

De aanvallende onmacht was bijna in zijn geheel toe te schrijven aan de ongelukkige compositie van het elftal. FC Groningen speelde meestal 4-2-3-1 of 4-4-2. In beide varianten waren de buitenspelers naar binnen gericht: de linksbenige Hrustic op rechts en de rechtsbenige El Hankouri op links. Dat is zinvol als flankspelers geregeld scoren. Maar dat deden ze niet.

Met naar binnen gerichte vleugelspelers is de spits, of zijn de spitsen, voor aanvoer van de zijkanten vooral aangewezen op bijdragen van opkomende backs. Zeefuik en Warmerdam kwamen veel op, maar leverden bijna geen assists. Hun opvolgers zullen straks meer als buitenste middenvelders spelen en voor meer assists moeten gaan zorgen. Zoals de naar binnen spelende flankspelers vaker moeten gaan scoren.

De eigenschappen en kwaliteiten van de nog aan te trekken spits en tweede spits bepalen straks waar Arjen Robben het meest van waarde kan zijn: vanaf rechts of meer in een rol als zwervende schaduwspits.