Joris mag weer!

GRONINGEN Draaiorgelman Joris ten Have mag na een paar maanden corona-onthouding zijn orgel weer laten draaien in de stad.

Zaterdagmiddag 11 juli rond half 2 start ten Have zijn shift tussen het winkelende publiek in de Herestraat. Het fraai opgepoetste centenbakje beweegt losjes op het ritme van de klanken. „Ik ben zo blij dat het weer kan. De afgelopen maanden speelde ik veel bij verzorgingshuizen maar ik moet het hebben van de stad. Het contact met de mensen is fantastisch. Dat heb ik het meest gemist”, glundert Joris.

Door de regen die aan het begin van de middag met tussenpozen met bakken uit de lucht valt moet de enthousiaste orgelman soms even stoppen om zijn instrument te bedekken onder de groene beschermhoes. „Straks breekt het open hoor”, lacht hij terwijl hij onder het afdak van de H & M buienradar checkt.

De 26 jarige ten Have is sinds 6 jaar professioneel orgeldraaier. „Mijn opa nam mij als driejarig jongetje, voorop de fiets, mee naar de markt in Doetinchem om naar het draaiorgel te kijken. Het was altijd huilen als we weer naar huis moesten. Ik wist al heel snel dat ik later orgelman wilde worden”.

Trouwe hulp Jan Wiendels, die vrijwel altijd met Joris meegaat, is helemaal in zijn nopjes. „Het kan mij niet druk genoeg zíjn. Overal waar we komen is reuring. Enorm gezellig om samen op pad te gaan.”

Intussen heeft Joris' grootste fan Lieuwe de draaiorgel ook weer gevonden. De kleine man is niet bij het instrument weg te slaan. „Ik word later ook orgelman.” Hij wijst naar de trommel. „De techniek vind ik mooi en de poppetjes zijn prachtig.”

Halverwege de middag breekt de zon door. Het aanstekelijke Despacito galmt uit de klankkast. Een voorbijganger beweegt het hoofd mee op de muziek. Anderen stoppen even en graaien in hun broekzak naar een muntstuk. En Joris geniet.

Door Ineke Doornbos