Stadjer Jack Jans: ‘Wat ik mooi vind aan de stad? Je hebt hier alles’

GRONINGEN De hemel boven Groningen kleurt strak blauw als we met Jack Jans (63) het dak van Forum opgaan. Een stevige bries zorgt voor verkoeling op deze warme zomerdag.

„Het uitzicht is prachtig. Ik zie telkens weer nieuwe dingen”, zegt Jans, terwijl hij genietend uitkijkt over zijn geboortestad.

Het Forum ziet hij als een echte aanwinst voor de stad. „Aan de buitenkant vind ik het niet een van de mooiste gebouwen maar de invulling ziet er goed uit. En het dak vind ik het mooist”, zegt hij met een lach. Jack heeft zijn hele leven in Groningen gewoond op een korte periode na toen hij met zijn Alida een gezin wilde stichten en er in Groningen geen betaalbare eengezinswoning voorradig was. Het jonge stel kiest voor het nabijgelegen Zuidhorn waar Alida een baan heeft bij de toenmalige, gelijknamige gemeente. Maar na een jaar of vijf keert het gezin, dat uiteindelijk drie zonen zal tellen, in Groningen terug. „We waren toch wel heel vaak in de stad te vinden. Voor familiebezoek, om te winkelen of omdat ik voetbalde bij Amicitia VMC. Bovendien had ik hier mijn werk in het bank- en verzekeringswezen. Wat ik zo mooi vind aan de stad? Je hebt hier in feite alles. En in vijf minuten rijden vind je rust en ruimte buiten de stad. Ik loop en fiets graag. De afstanden zijn goed te doen, ik hoef nergens mijn auto voor te pakken.”

Een van de mooiste gebieden in de stad vindt hij de Oosterparkwijk. „Dat vind ik een voorbeeld van geslaagde stadsvernieuwing. Je ziet in de nieuwbouw veel elementen terugkeren van de Amsterdamse School waar de wijk van oudsher zo rijk aan is.” Tegelijkertijd stelt hij vast dat de wijk door de mix van woningen voor een groot deel het oorspronkelijke karakter van volkswijk heeft verloren. „Er zijn nu veel minder woningen voor mensen met een smalle beurs beschikbaar.”

Opgegroeid in binnenstad

Een ander stukje stad waaraan hij zijn hart heeft verpand is het gebied rondom het Academiegebouw aan het Broerplein. „Mijn wieg stond in de Poststraat. Toen ik nog klein was, zijn we met ons gezin verhuisd naar Oude Kijk in ‘t Jatstraat. Ik had een oudere broer en een jongere zus. Ook is er nog een broer die ik nooit heb gekend, hij is voor mijn geboorte als kleuter overleden na een noodlottig ongeval.”

„Mijn vader was koster van de Sint Martinuskerk die pal tegenover het Academiegebouw stond. In die kerk nam de NTS, de voorloper van de NOS, ‘s ochtends wel eens eucharastievieringen op voor de radio. Daarna gingen ze door naar het Oosterparkstadion voor een wedstrijd van GVAV. Ik weet nog dat ze vroegen of ik mee wilde. Zo ben ik supporter van GVAV en later FC Groningen geworden. De kerk is in 1970 na teruglopend kerkbezoek dichtgegaan en in het begin van de jaren tachtig gesloopt om plaats te maken voor de Universiteitsbibliotheek.” Doordat vader Jans koster was, had Kerstmis voor het gezin een andere betekenis dan voor veel andere katholieke gezinnen. „Voor ons was het geen gezellig eindejaarsfeest, maar een periode van hard werken waaraan het hele gezin meedeed.” Zijn vader overlijdt na een ziekte als Jack nog maar veertien jaar oud is. Een zeer trieste en ingrijpende gebeurtenis voor het gezin, maar voor de rest kijkt hij met warme gevoelens terug op zijn jeugdjaren in hartje binnenstad. „In de Oude Kijk in ‘t Jatstraat heb je nu veel horeca, maar had je indertijd veel detailhandel. Gezinnen met kinderen die altijd buiten speelden. Meestal waren we aan het voetballen op het pleintje naast het Academiegebouw, maar omdat een aantal jongens bij HMC hockeyde, gingen we als zij in de meerderheid waren ook wel hockeyen. Of anders tennissen tegen de muur van de kerk. En toen ijshockey in Groningen populair werd met rolschaatsen onder íjshockeyen op het bordes van het Academiegebouw.”

Het is niet alleen sporten wat de klok slaat in het leven van de jonge Jack. Als buurtjongen mag hij geregeld het Harmoniegebouw binnenglippen om optredens van bekende artiesten bij te wonen of om daar tentoonstellingen te zien. Hij is ook misdienaar en koorknaap. „Overal waar ik met het koor heb opgetreden, is de zaak daarna ingestort”, stelt hij droog vast. „De Sint Martinuskerk is gesloopt, de concertzaal in het Harmoniegebouw bestaat niet meer, net als het Mariapension in de Butjesstraat. En het plafond in de Stadsschouwburg moest na mijn optreden worden vervangen.”

Verzamelaar

Dan meldt Marko Markovic zich. Hij is de oudoom en pleegvader van profvoetballer Richairo Zivkovic. Marko heeft een cadeautje voor Jack die een donkerbruin vermoeden heeft. Het is een wedstrijdshirt van Sheffield United, de club waar de oud-speler van FC Groningen de laatste maanden van het seizoen op huurbasis actief was. Jack is sinds eind 2003 teammanager binnen de jeugdopleiding van FC Groningen en staat in het profwereldje inmiddels landelijk bekend als verzamelaar van voetbalsouvenirs. Thuis heeft hij er een privémuseum van ingericht. Veel van zijn oud-pupillen, van wie Zivkovic er eentje is, voorzien hem van shirts. Het exemplaar dat Jack krijgt overhandigd, is wel een heel bijzonder collectorsitem, want de Engelsen hebben de naam van de speler verkeerd gespeld. Zivcovik staat er boven het rugnummer 30. Jack neemt het rood-wit gestreepte shirt dankbaar in ontvangst. De vakantie vierende voetballer voegt zich later zelf ook nog even op het dak bij zijn pleegvader en oud-teamleider. Ook voor de jonge prof (23) die al voetbalde in Amsterdam, Tilburg, Utrecht, België, China en Engeland blijft de stad nog steeds trekken.