Deskundige kritisch over plan Drafbaan Stadspark

Maarten Hoekstra promoveerde op het fenomeen businesscase. Hij laat weinig heel van de businesscase op grond waarvan de gemeente Groningen van de Drafbaan Stadspark een terrein voor massa-evenementen wil maken. ,,Deze businesscase is veel te vrijblijvend. De overzichten van opbrengsten en kosten zijn veel te summier en waarschijnlijk ook te optimistisch. Hiervoor zou een student van mij geen voldoende krijgen.”

Bij de businesscase voor de Drafbaan Stadspark als evenemententerrein zijn kritische vragen te stellen. ,,Ik vind dat je dit als gemeenteraadslid niet zomaar kunt laten passeren.”

Dat zegt Maarten Hoekstra, onderzoeker en docent aan de Thorbecke Academie, onderdeel van NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden. Hij promoveerde recent op het fenomeen businesscase en legde voor zijn promotieonderzoek onder meer de businesscases voor Wildlands Emmen en het Groninger Infoversum onder de loep.

Het gemeentebestuur wil af van de draverijen op het Stadspark. De drafbaan moet geschikt gemaakt worden voor grote concerten en evenementen. Maximaal 12 per jaar, waaronder een keer per jaar een ster of band van de absolute wereldtop die rond de 65.000 mensen trekt. Kosten voor de aanpassing (zoals nu geraamd) van de baan: bijna 2 miljoen euro.

Op zich, zegt Hoekstra, past de keuze voor een evenemententerrein wel bij de profilering van Groningen. ,,Je hebt er Eurosonic en Noorderslag, de drafbaan is een sterfhuisconstructie, ik kan me wel voorstellen dat het deze wending neemt. Maar deze businesscase is veel te vrijblijvend. Geschreven door iemand uit de evenementenbranche. Er wordt een feelgood-sfeer opgeroepen, verwezen naar de Stones en Tina Turner. Verwezen naar het ‘dna’ van de stad, gesproken over een ‘unieke ervaring’. Erg vaag. De vraagstelling zou niet moeten zijn of en hoe het Stadspark een topevenementenlocatie kan worden, maar wat de stad Groningen nodig heeft en wat de transitie van het terrein daarin kan betekenen.”

De onderzoeksvraag voor de businesscase is dus erg smal. Weliswaar krijg je inhoudelijk enigszins een beeld van de kansen die er zijn op de drafbaan, maar ontbreekt een analyse van de risico’s, stelt Hoekstra vast. ,,Je verwacht in zo’n businesscase een toekomstverkenning. Je verwacht scenario’s die ingaan op de kansen en bedreigingen. Wat zijn bijvoorbeeld de trends op het gebied van milieuwetgeving en vrijetijdsbesteding? De gevolgen voor de omliggende wijken, ik lees er nauwelijks over. Corona komt amper aan bod in deze case terwijl juist de evenementenbranche hard geraakt wordt. De maatschappelijke kant wordt dus zwaar onderbelicht.”

Dan is er nog de financiële onderbouwing. Die is dun, meent Hoekstra. Zo heeft de drafbaan nu nog een pachter voor de horeca met een contract tot 2028. Van hem ontbreekt ieder spoor in het plan. ,,Het zal heus wel lukken om van de drafbaan om te turnen tot een evenementenlocatie. Maar niet tegen deze kosten. De overzichten van opbrengsten en kosten zijn veel te summier en waarschijnlijk ook te optimistisch. Hiervoor zou een student van mij geen voldoende krijgen.”

Dat het stadsbestuur met een dergelijke businesscase in de hand van plan is om te beslissen over de toekomst van de drafbaan in Groningen, verbaast Hoekstra vooral. Een paar jaar geleden ging de gemeente kleddernat met het Infoversum. Daarvoor werden miljoenen uitgeleend op grond van een al even magere businesscase. Het Infoversum was binnen de kortste keren failliet omdat de zonnige prognoses bij lange na niet werden gehaald. De gemeente was het geld kwijt. In zijn proefschrift citeert Hoekstra de Groningse wethouder Roeland van der Schaaf die er destijds bij betrokken was en nu nog steeds in het stadsbestuur zit: ‘Feitelijk moet je concluderen dat het plan een luchtkasteel is. Het businessplan had geen enkele goede grondslag. (…) De les die we hieruit trekken, is dat we te allen tijden tegenmacht moeten organiseren.’

Dat is precies wat er nu moet gebeuren, meent Hoekstra: ,,Als raadslid zou je - eventueel onder begeleiding van een (financieel) expert - de casus grondig moeten analyseren en de voors- en tegens nog eens goed op een rij moeten zetten. Men zou veel meer moeten willen weten voordat tot besluitvorming wordt overgegaan. Ook is het raadzaam om heldere afspraken te maken over het besluitvormingsproces. Zo kan men er bovendien voor zorgen dat de raad steeds goed geïnformeerd wordt. De casus Infoversum levert voldoende aanknopingspunten om het bij dit traject beter te doen.”

Door Bram Hulzebos