Stadjer Harmanna Bolland: ‘Als ik er een tijdje niet ben geweest móet ik de stad in’

GRONINGEN Harmanna Bolland is een echte Stadjer en dol op haar geboortestad. Zij en haar man wonen al een tijdje met veel genoegen vlakbij de Reitdiephaven, maar af en toe begint het daar bij haar te kriebelen.

„Het klinkt misschien raar, maar dan móet ik naar de binnenstad. Even de Martinitoren zien.”

Harmanna komt in 1950 ter wereld in het UMCG, wat dan nog het AZG heet, het Academisch Ziekenhuis Groningen. In het gezin is al een ruim twee jaar oudere broer. Zes jaar na haar geboorte krijgt ze nog een broertje en zestien jaar later ook nog een zusje.

Al vrij kort na haar geboorte verhuist Harmanna met haar ouders en broer van de Atjehstraat naar de Bedumerweg. Ze heeft er als baby geen weet van, maar aan de Atjehstraat woont naast het gezin een thuiswerkende prostituee. „Er werd geregeld bij ons aangebeld voor die vrouw. Dat was voor mijn ouders reden om te verhuizen. Totdat ik met mijn man ging trouwen, heb ik bij mijn ouders aan de Bedumerweg gewoond. We woonden helemaal aan het eind. Daar hield de stad toen nog op. Beijum en Lewenborg moesten nog worden gebouwd.”

Na de mulo, de voorloper van de latere mavo en huidige vmbo, gaat Harmanna bij de kledingfabriek Muller & Co. werken. „Je had in die tijd, eind jaren zestig, nog heel wat kledingfabrieken in de stad. Bij Muller & Co ben ik als jongste bediende begonnen. Na twee jaar werd ik gevraagd of ik telefoniste wilde zijn.” Ze stopt met werken als ze in verwachting raakt van haar zoon. „Dat was in die tijd vrij normaal.”

Naar vakbond

In 1982 keert ze in het arbeidsproces terug en begint ze als oproepkracht bij de FNV. Twee jaar later neemt de vakbond haar in vaste dienst. In 2015 komt er na ruim dertig jaar werken bij de bond een eind aan. Sindsdien is ze met pensioen. „Ik heb een fantastische tijd beleefd bij de FNV. Wat je doet is mensen bijstaan, want iedereen die zich meldt heeft een probleem dat jij moet helpen oplossen. Dat maakt het dankbaar werk. En wat het compleet maakte, waren mijn collega’s. Dat waren geweldige mensen.”

Sinds ze niet meer werkt, lijkt het wel of ze Groningen nog meer is gaan waarderen, zegt ze. „Ik zie ook nog steeds dingen voor het eerst. Dan heb ik het niet alleen over nieuwbouw, maar ook over gebouwen of andere zaken die ik niet eerder had opgemerkt.” Moeiteloos somt ze een aantal gebouwen en plekken op die ze mooi vindt in de stad. Het Forum. De grachten. Het Noorderplantsoen. Het Stadspark. De woongevels aan de singels. Het hoofdstation. „En het Gasuniegebouw vind ik nog steeds bijzonder. Wat ik ook leuk vind is om de stad met de rondvaartboot te bekijken. Dan zie je alles vanuit een heel ander perspectief.”

Beleidskeuzes politiek

Als ze al kritiek heeft op haar stad dan betreft het vooral een aantal beleidskeuzes van de politiek. „Zoals heel recent nog het besluit om de drafbaan te sluiten. Ik heb helemaal niks met paardensport, heb nog nooit een koers bezocht, maar ik vind dat de drafbaan in de stad thuishoort. Het is min of meer cultureel erfgoed. Waarom zouden internationale evenementen en drafsport niet samen kunnen gaan? Dat kon in het verleden toch ook? Ik ben nog naar het concert van The Stones geweest. En hoeveel wereldacts ga je straks binnenhalen?”

Nog een minpuntje: Harmanna is blij met de reuring die de studenten aan de stad geven, maar ze vindt wel dat de politiek ervoor moet waken dat de binnenstad straks alleen nog maar voor hen aantrekkelijk is. Een ander punt van aandacht is wat haar betreft de bereikbaarheid van de binnenstad. „Niet voor mezelf hoor, ik ga gewoon met de fiets. Maar voor automobilisten zou er vanaf de rand van de binnenstad gratis vervoer moeten komen. Dat zie je in meer binnensteden. Ook in het buitenland. Het moet niet zo zijn dat Groningers voor wat grotere aankopen uitwijken naar andere steden. Dat zou zonde zijn.”