Werkdruk en geldproblemen. De recordgroei van de Rijksuniversiteit Groningen door corona heeft een schaduwzijde

De Rijksuniversiteit Groningen kent dit studiejaar een ongekende groei in studentenaantallen. Uiteindelijk schreven zich 36.023 studenten in, een toename van maar liefst tien procent. Het bezorgt de universiteit grote zorgen: tegenover de groei staat amper extra geld om meer docenten en ondersteunend personeel aan te nemen.

De groei van de RUG past in een landelijke trend. Het totale aantal universitaire studenten in Nederland groeide naar zo’n 328.000, zo’n acht procent meer dan vorig jaar. Daarmee zijn er nu twee keer zoveel studenten als twintig jaar terug.

Niet ondanks, maar dankzij corona

Aan het begin van de coronacrisis verwachtte de RUG juist nog een daling van het aantal studenten. Buitenlandse studenten zouden wegblijven, Nederlandse studenten niet happig zijn op een studie met (vooral) online colleges.

Het tegendeel bleek waar. Hoewel het aantal studenten van buiten de EU daalde, groeide het aantal Europese studenten. En in Nederland slaagden meer vwo-leerlingen omdat zij geen centraal eindexamen hoefden te doen. Zij kozen bovendien vaker om een tussenjaar te laten zitten en meteen te gaan studeren. Daarnaast lieten universiteiten de bsa-regeling voor eerstejaars studenten vallen. Wie eigenlijk niet genoeg studiepunten haalde, mocht toch door naar het tweede studiejaar.

Incidentele groei

De afgelopen jaren klonk binnen en buiten de universiteit veel kritiek op de snelle groei. In tien jaar tijd kwamen er zo’n 8.500 extra studenten bij. Docenten konden de hoeveelheid werk niet meer bijbenen en studenten kwamen terecht in een stad waar amper woonruimte te vinden was.

Casper Albers, hoogleraar statistiek en lid van de Universiteitsraad, ziet nu een andere situatie: ,,De afgelopen jaren had de groei te maken met beleid van de universiteit. Dit is onverwachts. Niemand had deze pandemie voorspeld. ‘’ Hij dacht ook dat de universiteit zou krimpen: ,,Maar jongeren kunnen natuurlijk geen wereldreis maken in hun tussenjaar en er is minder werk. De alternatieven voor studeren zijn nog stommer voor jongeren.’’

Hij denkt dat de groei incidenteel is: ,,Het is te positief om te stellen dat volgend jaar alles weer normaal is. Maar misschien kunnen vwo-leerlingen dan wel weer in een tussenjaar in een ander Europees land doorbrengen.’’ Ook sluit hij niet uit dat deze groei gevolgd wordt door een dip: ,,Als de pandemie voorbij is, kan ik me voorstellen dat veel studenten alsnog een tussenjaar nemen.’’

Woordvoerder Jorien Bakker van de RUG is voorzichtiger: ,,Ik durf niet te zeggen of dit incidenteel is.’’ Wel verwacht ze nog veel uitvallers onder de studenten, onder andere vanwege het online onderwijs: ,,In maart zullen er minder studenten zijn. Er zijn ook meer jongeren die zijn gaan studeren, veel hebben snel een keuze gemaakt voor een studie. De vraag is of dat altijd de juiste keuze was en of zij al klaar waren om te gaan studeren.’’

Hogere werkdruk

Hoe dan ook leidt het grotere studentenaantal voor extra werkbelasting onder het personeel. ,,En we hadden al veel te doen’’, verzucht Albers. ,,Ik denk dat het voor veel propedeuse-vakken nog meevalt. In grote hoorcolleges maken een paar extra studenten niet zoveel uit voor de taken van de docent. Maar dat verandert als het arbeidsintensiever wordt en meer studiebegeleiding nodig is, zeker in latere studiejaren. We gaan dit dus ook de komende jaren merken.’’

De RUG kondigde eind augustus al een actieplan aan. Met 5,5 miljoen euro moeten docenten beter ondersteund worden bij het vormgeven van online onderwijs. Ook krijgen zij meer student-assistenten tot hun beschikking. ,,Dat is fijn’’, zegt Albers. ,,Maar niet voldoende. Je wil het liefst docenten met ervaring.’’

Wie dacht dat met de studenten ook de pecunia binnenstroomt bij de universiteit, heeft het mis. De studenten betalen weliswaar collegegeld, maar dit is lang niet genoeg om hun studiekosten te betalen.

De rest van het geld wordt bijgeplust door de overheid. Hierbij is het probleem dat de totale pot met geld voor onderwijs en onderzoek aan de universiteit niet hard genoeg meegroeit met het groeiende aantal studenten in Nederland. Onder de streep daalt de bijdrage per student.

Daardoor kunnen niet de benodigde docenten worden aangenomen die nodig zijn om de werkdruk te verlagen. Pieter Duisenberg, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU), roept het kabinet dan ook op om structureel extra te investeren in het hoger onderwijs. ,,Wij onderschrijven die oproep’’, aldus RUG-woordvoerder Bakker.