‘Ik heb echt wortel geschoten in Groningen’

PRAAG Enorme heimwee naar Praag. Dat kreeg Hanah Drexler toen ze eind jaren zestig Tsjechoslowakije tijdelijk dacht te verruilen voor Nederland. Inmiddels woont ze ruim een halve eeuw in Groningen en is ze erg op de stad gesteld geraakt. „Ik ben hier geworteld, ik hou van Groningen.”

Het is 1947, twee jaar na de Tweede Wereldoorlog, als Hanah wordt geboren. Zij is het eerste en enige kind in het seculier joodse gezin Drexler. Vader is kinderarts en microbioloog; moeder werkt in een sanatorium waar vooraanstaande leden van de communistische partij worden verpleegd. „Mijn ouders waren vlak voor de oorlog met de laatste boot vanuit Gdansk naar Engeland gevlucht. Mijn vader heeft nog in het Tsjechische onderdeel van het Engelse leger gediend. Bij terugkomst in Tsjechoslowakije bleek van beide families weinig over. Slechts enkelen hadden Auschwitz en andere kampen overleefd.”

Internaat

Na de oorlog wordt Tsjechoslowakije hersteld als parlementaire democratie. Begin 1948 grijpen de communisten geweldloos de macht, met instemming van een groot deel van de bevolking. Begin jaren ‘50 vinden zuiveringen plaats binnen de communistische leiding. Een stalinistisch bewind handhaaft zich tot het voorjaar van 1968. Ondertussen is er al het nodige veranderd in het leven van Hanah. Wanneer ze acht jaar oud is, gaan haar ouders scheiden en gaat ze wonen bij haar later hertrouwde moeder. „Mijn ouders bleven bevriend en zijn elkaar blijven zien. Ik heb van ze geleerd dat als je gaat scheiden je nog altijd vrienden kan blijven.” Als Hanah vijftien is, komt haar moeder te overlijden en trekt zij bij haar vader in. „Die was inmiddels hertrouwd met een beeldhouwster. Zij had twee kinderen uit een eerder huwelijk en samen met mijn vader had ze nog een zoon gekregen. Het was geen goed huwelijk dat ook niet standhield. Na een jaartje werd ik in een internaat geplaatst. Ik moest daar enorm wennen, voor het eerst had ik geen eigen slaapkamer en sliep ik met anderen op een zaal. Het internaat stond naast mijn middelbare school.”

Studie psychologie

In 1966, wanneer ze inmiddels besloten heeft psychologie te gaan studeren, blijkt na terugkeer van een buitenlandse vakantie dat haar vader en stiefmoeder halsoverkop naar Engeland zijn gevlucht. Zonder ouders, zonder geld en met een besmet politiek profiel vanwege haar gevluchte vader blijft ze alleen achter en mag ze niet aan haar studie beginnen. Vrienden helpen haar aan een baantje als psychologisch laborante.

In de herfst van 1967 ontstaat een zekere politieke ontspanning in Tsjechoslowakije en begint Hanah aan haar studie psychologie. In de lente van 1968 bezoekt een groep Nederlandse studenten haar subfaculteit, onder wie ook studenten van de RUG onder leiding van professor Wilhelmina Bladergroen. In september 1968 staat een tegenbezoek gepland. Begin dat jaar komt in Tsjechoslowakije een groep van hervormers aan het bewind, onder leiding van Alexander Dubcek en lijkt er een periode van nog grotere ontspanning aan te breken. Maar eind augustus maken troepen van het Warschaupact een einde aan het experiment. Hanah verblijft dan in verband met vakantiewerk al vanaf juli in Engeland waar ze in een Holiday Camp voor de arbeidersklasse als schoonmaakster werkt. Na afloop van het vakantiewerk blijft ze nog wat langer in Engeland waar ze de ontwikkelingen in Praag op de voet volgt. Ondertussen werkt ze als hulpverpleegkundige in het ziekenhuis waaraan haar gevluchte vader inmiddels is verbonden. Dan is het tijd voor het studiebezoek aan Groningen. Wie dat wilde, mocht jaren aan de RUG komen studeren.

‘Ik hou van de FC’

Hanah stikt in Groningen van de heimwee. „In die tijd waren de grenzen nog niet dicht. In dat jaar bezocht ik drie keer kort Praag waar de sfeer steeds naargeestiger werd. Niemand vertrouwde elkaar nog. Ik heb altijd graag kinderen gewild, maar wilde ze niet in die sfeer laten opgroeien. Ik besloot in Groningen te blijven.” Ze ervaart het Nederlands als een moeilijke, niet logische taal. „Het kostte me grote moeite om het onder de knie te krijgen.” Nu spreekt ze de taal beter dan de gemiddelde Nederlander en met slechts een vederlicht accent.

In de jaren zeventig krijgt ze een dochter en later een zoon. De kost verdient ze met les geven op allerlei niveaus, van mbo tot en met wetenschappelijk onderwijs. Groningen is ze al die jaren trouw gebleven. „Ik voelde me hier vanaf het begin veilig. Ik was met Praag een grote stad gewend, maar vond Groningen meteen fijner dan bijvoorbeeld Amsterdam. Ik woon nu al 45 jaar in dezelfde buurt en ben, denk ik, van de bewoners een van de langstzittende. Ik hou van Groningen en ik hou van de FC!”, lacht Hanah.