Onderzoek UMCG toont aan: perfusiemachine voorkomt galwegproblemen na levertransplantaties

Koude, zuurstofrijke vochttoediening (perfusie) van een donorlever met de perfusiemachine voorafgaand aan een levertransplantatie, zorgt voor veel minder galwegproblemen na de transplantatie. Dit blijkt uit een grote internationale studie onder leiding van leverchirurg Robert Porte van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).

Het is onvermijdelijk dat een lever bij een transplantatie enige tijd buiten het lichaam is. De galwegen in de lever zijn erg gevoelig voor de schade die de lever hierdoor oploopt. De kleine bloedvaten die naar de galwegen lopen raken beschadigd. Als dat gebeurt, is er een grotere kans op galwegproblemen na de transplantatie.

Koorts, geelzucht en ontstekingen

Deze complicaties komen bij ongeveer een kwart van alle patiënten voor die een levertransplantatie hebben ondergaan. Zo’n drie a vier maanden na operatie krijgen zij koorts, geelzucht en ontstekingen aan de galwegen als gevolg van de verlittekening van door zuurstofgebrek beschadigde galwegen.

Vaak leidt het voor hen tot extra behandelingen en ingrepen. Ook kan het gebeuren dat een nieuwe levertransplantatie moet plaatsvinden als gevolg van de klachten.

Galwegproblemen zijn daarmee de belangrijkste oorzaak van het verloren gaan van donorlevers. Bij levers die gedoneerd zijn na een hartstilstand is deze kans groter dan bij levers die gedoneerd zijn na hersendood.

De helft gespoeld, de andere helft niet

In de grote internationale studie onder leiding van leverchirurg Robert Porte zijn 156 patiënten gevolgd die een levertransplantatie ondergingen. Allen kregen een orgaan van een donor die door hartstilstand was overleden. De helft van de donorlevers werd voor de transplantatieoperatie buiten het lichaam twee uur gespoeld met een zuurstofrijke vloeistof via machineperfusie. De andere helft van de donororganen werd koud bewaard op ijs.

Uit het onderzoek blijkt dat bij de groep patiënten die een lever kreeg die via een perfusiemachine was gespoeld, het aantal galwegproblemen veel minder vaak voorkwam. In deze groep was bij 6 procent van de patiënten sprake van galwegproblemen, tegenover bij 18 procent van de patiënten uit de andere groep.

Bewijs voor effectiviteit machineperfusie

‘Behandeling van de donorlever met zuurstofrijke vloeistof in de perfusiemachine beschermt levers tegen de beschadiging en ontstekingsreactie die ontstaat als de bloedtoevoer naar de lever wordt hersteld, nadat de lever eerst tijdelijk geen zuurstof heeft gekregen’, licht Porte in een persbericht toe.

‘We veronderstelden dat het daarmee ook zou beschermen tegen het ontstaan van galwegproblemen na de transplantatie. In dit onderzoek hebben we dit inderdaad aangetoond. Daarmee is dit de eerste studie wereldwijd die de effectiviteit van deze vorm van machineperfusie bewijst.’

Doordat de kans op de complicaties bij levers die gedoneerd zijn na een hartstilstand groter is dan bij levers die gedoneerd zijn na hersendood, weerhoudt dit sommige transplantatiecentra ook in het accepteren van dergelijke donorlevers.

Porte hoopt daarom dat de resultaten van het onderzoek er toe leiden dat meer levers van donoren die zijn gestorven na een hartstilstand, geaccepteerd zullen worden voor transplantatie.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.