Creatieve hotspot ziet de stad oprukken

GRONINGEN Vlak buiten de Groningse grachten verrijzen nieuwe woningen aan het einde van de Oosterhamrikkade. De voormalige haven is een opvallend rustige, maar kleurrijke plek in de binnenstad, waar onder andere creatieve industrie is gevestigd. Door nieuwe projecten dreigt het karakter van dit stukje Groningen te veranderen.

Lotti van Driel woont in een van de oude panden aan de Oosterhamrikkade. Zij benadrukt de historische waarde van het gebouw. ,,Vroeger kwamen hier de schepen binnen. In dit pand zat het havenkantoor, dus het was van groot belang voor de handel. Het staat ook op de lijst van beeldbepalende gebouwen. Ik voel een grote behoefte om dit soort panden te beschermen tegen nieuwbouw, omdat ik bang ben dat het ten koste gaat van het veelzijdige karakter van de binnenstad.” Het gebouw is nu een antikraakpand, dat wordt beheerd door de organisatie Carex. Zij verhuren ook andere panden in deze straat, waaronder enkele ruimtes die dienen als werkplaatsen voor de creatieve industrie.

Volgens Lotti was het vroeger een wat ruige buurt, onder andere door criminaliteit. ,,Een vrouw die al heel lang in deze wijk woont, vertelde mij dat zij vroeger niet in haar eentje door deze straat durfde te lopen.” Tegenwoordig zou het imago van de buurt zijn veranderd: ,,Veel jongeren en studenten wonen hier en hiernaast heb je dus ateliers voor kunstenaars. Het is nooit echt druk, maar er heerst een leuke sfeer.”

Een van de panden wordt gebruikt door Martijn Beekman, die er sinds 2009 zijn houtbewerkingsbedrijf heeft. Hier in de binnenstad heeft hij een goede infrastructuur voor zijn werkzaamheden en staat hij dicht bij zijn klanten. Ook hij maakt zich zorgen over de plannen voor nieuwbouw in deze straat. Hij vertelt over het dilemma voor de gemeente: ,,Het frappante is dat de gemeente het wel graag wil, die creatieve industrie in de binnenstad. Maar ze weten niet hoe. Ze zijn ook een keer bij mij, als gebruiker van zo’n plek, langsgekomen om naar mijn ideeën daarover te vragen. Er is dus wel een wil, maar de visie ontbreekt. De goede intenties van de gemeente omtrent leefbaarheid en variatie leggen het uiteindelijk af tegen het grote geld van de projectontwikkelaars.”

Martijn zou het zeer betreuren als de creatieve industrie helemaal uit de binnenstad verdwijnt. Hij vindt overigens niet dat de gemeente alleen verantwoordelijk is voor het gebrek aan ideeën: ,,De omgeving is maakbaar. Je kunt er zelf moeite voor doen. Dus ook burgers laten kansen liggen. Overigens zijn niet alle plannen afgeschoten. Het NNT wordt uitgebreid. Dat is een stukje winst. Er is een aantal mooie gebouwen gebleven. We hebben hier DOT en het stadsstrand. Dus er is, althans voorlopig, wel een wat kleurrijker invulling gerealiseerd dan wat uit de pen van de projectontwikkelaar zou zijn gekomen.”

Lotti wijst enthousiast op een oud fabriekspand, met een dak in de vorm van ‘haaientanden’. Daar worden nu machines voor het maken van pindakaas geproduceerd. ,,Het mooiste aan dit stukje Groningen, naast de historische waarde, is de openheid en vrijheid die het uitstraalt, terwijl je net buiten de binnenstad zit.” Martijn heeft eenzelfde indruk van de buurt: ,,Het is heel bijzonder, hoe je hier in de luwte zit. Je ziet het nu ook. Het is altijd rustig hier. Met als enige uitzondering het stadsstrand, wanneer het zomers warm is.”

Lennart Roelfszema