Fransman woont al ruim 40 jaar in Groningen. Of hij ooit terug wil naar Frankrijk? 'Nee, alleen voor vakantie en om vrienden en familie te bezoeken'

„Frankrijk is een heel mooi vakantieland, maar voor mij geen fijn land om in te wonen.” Wonen doet Fransman Jean-Denis Lepage (69) nu al ruim veertig jaar in Groningen. Nog steeds met plezier. „Het is een sfeervolle stad gebleven.”

Jean-Denis is geboren in Meaux, een stadje zo’n 40 kilometer ten oosten van Parijs. Wanneer hij een jaar of tien is, verhuist het gezin Lepage, waarvan ook een jongere broer deel uitmaakt, naar Parijs waar beide ouders bij de Nationale Archieven werken. Niet tot verdriet van Jean-Denis. „Met mijn geboorteplaats heb ik weinig. Meaux is een saai stadje. Toen ik zeventien was, zijn we naar het zuiden verhuisd, naar Angers. Daar ben ik na de middelbare school Engels gaan studeren.” Via een uitwisselingsprogramma komt hij in het Engelse Lancaster terecht als taal-assistent.

„Dat werd goed betaald. Ik was toen net twintig en niet veel ouder dan de leerlingen. Dat vond ik lastig. De meisjes waren zeer aantrekkelijk en ik had grote moeite met orde houden. Ik leerde er dat lesgeven een vak is. Je moet goed contact kunnen maken, leerlingen stimuleren en boeiend kunnen vertellen.”

Op bezoek in Amsterdam en Groningen

Na een jaar zit zijn contract erop een keert hij terug naar Angers. De studie Engels maakt hij niet af. Hij gaat geregeld op bezoek bij vrienden in Amsterdam en Groningen. „Ik vond het veel mooier om in het buitenland te zijn dan in Frankrijk. Dat was geen relaxt land, maar heel conservatief. Ik droeg indertijd lang haar en werd voortdurend lastiggevallen door politie. Heel vervelend.”

Tijdens een van zijn bezoeken aan Groningen, midden jaren zeventig, vertellen vrienden dat zij een bandje willen beginnen. „Ik zei: ‘Ok, ik speel de bas’. Ik ben hier gebleven en nooit meer weggegaan. Dat bandje is er overigens nooit gekomen, haha. Later heb ik wel in allerlei bands gespeeld. Onze muziek was niet fantastisch, we waren beginners met beperkt talent. Maar je kon overal optreden. Van elf tot drie uur spelen was bijna dagelijkse kost. Ik vond Groningen meteen geweldig. Heel sfeervol, met zijn oude centrum. Het was in de jaren zeventig ook heel gemakkelijk om hier aan een baantje, een verblijfsvergunning en huisvesting te komen. Er was nog geen crisis en er waren nog niet zoveel buitenlanders.”

Niet verder dan de binnenstad

Aanvankelijk heeft Jean-Denis niet door hoe klein de stad is. „Ik kwam in het begin de binnenstad niet uit. Op een dag had ik een vroege afspraak voor een baantje. Omdat ik beslist niet te laat wilde komen, vroeg ik een vriend die daar in de buurt bleek te wonen of ik bij hem kon logeren. Ik dacht dat ik uren onderweg zou zijn, haha. Maar dat bleek niet het geval.”

Een van de vele baantjes in die tijd is model zitten bij Kunstacademie Minerva. Omdat hij altijd al sterk in tekenen en kunst geïnteresseerd is geweest, besluit hij zich als student aan te melden. „Ik ben de avondopleiding gaan volgen, want overdag had ik allerlei baantjes. Minerva zat toen nog over de hele binnenstad verspreid. Elke locatie had een eigen sfeer. Dat was een schitterende tijd. Ik heb nog les gehad van prachtige mensen als Matthijs Röling en Ger Siks. Zij waren topkunstenaars, maar geen geweldige leraren. Ik heb weinig van ze geleerd. Voor de les gingen ze eten en drinken en vooral dat laatste. We moesten ze tijdens de les geregeld wakker maken.”

Werken voor een reclamebureau

Na zijn afstuderen probeert Jean-Denis voet aan wal te krijgen als kunstenaar, maar merkt dat galeriehouders het liefst in zee gaan met bekende namen. „Het bleek uiteindelijk alleen maar om geld te draaien. Op een gegeven moment heb ik het kunstwereldje de rug teruggekeerd en ben ik voor een reclamebureau gaan werken. Daar ging het ook om geld verdienen, maar dat was tenminste duidelijk. Het was leuk en interessant werk in een tijd dat er nog veel getekend en geïllustreerd werd. Tegenwoordig wordt er veel meer van internet gehaald.”

Jean-Denis heeft ook nog diverse Engelstalige boeken over militaire geschiedenis geschreven én geïllustreerd. En in het Nederlands over Groningse vestingwerken. „Ik ben niet rijk geworden van mijn werk, maar ik heb me nooit arm gevoeld.”

Groningen vindt hij na ruim veertig jaar nog altijd geweldig. Of hij ooit nog terug wil naar Frankrijk? „Nee, alleen voor vakantie en om vrienden en familie te bezoeken. Frankrijk is een kleingeestig land, vol racisme. Een land dat altijd op de rand van een burgeroorlog lijkt te verkeren. Staken zien de Fransen vaak als de oplossing van problemen. En we steken auto’s in brand als we ergens ontevreden over zijn. Nee, ik blijf hier in Groningen.”