‘De binnenstad van Groningen is mijn tweede huis’

SOERABAJA Titiek Adji Rachman treedt in de jaren zestig en zeventig met de populaire meidenrockband Dara Puspita op voor tienduizenden fans in voetbalstadions in Indonesië en in tal van andere landen, maar woont nu al zo’n veertig jaar in Groningen.

In de wijk Beijum om precies te zijn. „Ik had mijn woning voor het uitkiezen, ik was een van de eerste bewoners van de wijk.”

Titiek is geboren in Soerabaja. In de hoofdstad van Oost-Java groeit ze op als de oudste in een gezin met tien kinderen. „Direct na mij kwam mijn zus en daarna kreeg ik acht broers van wie er inmiddels vijf zijn overleden. Mijn zus woont tegenwoordig in Alphen aan de Rijn, mijn broers zijn in Indonesië gebleven. Onze ouders spraken Nederlands.”

Muzikaal begaafd

Vader Adji Rachman is muzikaal begaafd en geeft zijn talent door aan zijn kinderen. De oudste twee, Titiek en haar zus Lies, beiden gitaristen, nemen op een zeker moment met een grote groep van veertien meiden deel aan een muziekfestival in Soerabaja. De meidengroep wint het festival en kort daarna starten beide zussen samen met twee andere de meidenrockband Dara Puspita. „Dara staat voor dames en Puspita is een bloemensoort”, verklaart Titiek de naam van de band die overigens aanvankelijk een andere naam draagt. Het is beginjaren zestig de tijd van de opkomst en bloei van The Beatles en The Rolling Stones. De vier meiden van Dara Puspita kiezen voor het kapsel van The Beatles. In de sfeervolle woonkamer van Titiek hangt een foto van de vier met dezelfde haardracht als die van John, Paul, George & Ringo: het haar halflang en op het voorhoofd tot op de wenkbrauwen.

Drie jaar durende toer

In 1968 verlaat de band aan de hand van een Duitse manager Indonesië voor een drie jaar durende toer door Europa. Daarin wordt onder meer Nederland aangedaan. Eind 1971 keert Dara Puspita pas in Indonesië terug. Vlak voordat de band in 1972 uiteenvalt, treedt zij op voor meer dan 20.000 bezoekers in uitverkochte stadions. Titiek wordt gevraagd voor de Australische meidenband Daughters of Zeus als die optreedt in Djakarta, waar zij dan al een aantal jaren woont. Haar nieuwe band heeft dezelfde Duitse manager maar is niet zo succesvol als Dara Puspita. Maar ook met Daughters of Zeus maakt Titiek tal van internationale optredens mee, waaronder ook in Afrika. Als er een eind aan Daughters of Zeus komt, vraagt haar zusje Titiek om haar te komen bezoeken. „Zij woonde indertijd in Ten Boer. Ik heb een tijdje bij haar in huis gewoond en heb daarna een huis gevonden in de toen nieuwe wijk Beijum. Ik kon kiezen waar ik wilde wonen.”

Voormalige handtekeningenjager

Ze volgt een computercursus en krijgt na verloop van tijd een tijdelijke baan aangeboden bij vrouwencentrum Jasmijn. „Jasmijn bestond toen nog maar net. Ik kon er eerst voor een jaar blijven. Het beviel en bevalt aan beide kanten, want ik werk er na al die jaren nog steeds op de administratie.” Ook kookt ze geregeld voor haar collega’s, want koken is net als muziek maken haar passie.

Haar vriend Willem is een voormalige handtekeningenjager, vertelt ze lachend. „Hij heeft ook Indonesische roots. Tot corona gingen we samen jaarlijks op familiebezoek in Indonesië.” Tot 2002 heeft Titiek nog geregeld opgetreden in allerlei formaties en door Nederland getoerd. „Ik mis dat wel.” Ze zou het leuk vinden als er ooit nog een reünie komt van Dara Puspita in Indonesië. Is haar band met Indonesië nog sterk, Titiek is ook geworteld in Groningen. „Ik kom graag in de binnenstad om er naar markt te gaan of om te winkelen. De binnenstad is mijn tweede thuis.”