‘Die bankjes heb ik speciaal voor u neergezet’

GRONINGEN Zaterdagmiddag op de Grote Markt. Naast zijn patatkraam blaast Harry Waterloo even uit van het patatbakken terwijl zijn vrouw Bernardine Waterloo onverdroten de goudgele patatten in het sissende vet laat glijden.

Aangezien Harry altijd wel een grap, een sappige anekdote of een wijze opmerking paraat heeft, krijgt de goedlachse patatbakker (die net vijftig is geworden) al snel gezelschap van een paar kameraden die de toestand in de wereld met hem door willen nemen. Dan komt er een meneer aan met een hete puntzak patat in de hand, overgoten met een lobbige mayo en voorzien van de legendarische liefdeskruiden van Bernardine. Vriendelijk onderbreekt de klant het clubje ouwehoerende mannen. ,,Sorry, maar hebt u hier ook ergens een stoeltje?”

Het gezelschap valt stil. Een stoeltje. Nee. Geen stoeltje. Dat mag niet vanwege corona. Iedereen moet afstand houden immers. En met stoeltjes naast marktkramen gaan mensen maar tegen elkaar aan hangen. Dus nee. Geen stoeltje. Maar Harry Waterloo herpakt zich rap. ,,Nee meneer, wij hebben geen stoeltjes, maar kijk, daar verderop, ziet u die bankejs met dat groen?” Hij wijst naar de bankjes die de gemeente deze week op de Grote Markt heeft geplaatst. ,,Die bankjes heb ik er speciaal voor u neergezet.”

Met een stralende glimlach draait de klant zich om en zet met verende tred koers richting de bankjes. De halve Groningse horeca sprak deze week schande van de bankjes die net werden geplaatst toen het (tegenwoordig streng gereguleerde) terrasleven op gang kwam. Harry Waterloo niet. Hij wordt een dagje ouder en heeft geleerd dat je van elk nadeel een voordeel kunt maken.