Buurt verbaasd over verslag inspraak zonne-industrie Glimmen

GLIMMEN/HAREN Bewoners van het landelijk gebied tussen Glimmen en Haren zijn verbaasd over de manier waarop er met hun inbreng wordt omgegaan ten aanzien van de voorgenomen zonne-industrie in het landelijk gebied.

Zoals gemeld heeft de gemeente Groningen het plan om ‘kleinschalige’ zonne-industrie te realiseren in het gebied. Dit voornemen leidde tot grote onrust en duizend ingediende reacties. ,,Dat is nu samengevat in zes A4-tjes”, zegt David van der Kellen. ,,Ik hoef zeker niet uit te leggen dat die samenvatting bij lange na niet volledig is.”

De massale protesten in het gebied waren aanleiding voor inloopbijeenkomsten. Die vonden op 20 april plaats in het oude gemeentehuis van Haren. Afgelopen week kregen de bewoners die gesprekken hebben gevoerd een verslag van hun gesprek. ,,Ik zat daar met Steven Volkers van Grunneger Power en twee mensen van de gemeente en een medewerkster van Zon op Alle Zaken”, vertelt Marcel Agema.

Zon op alle Zaken is het bedrijf van de Groningse ondernemers Hotze Hofstra en Musetta Blaauw. Hofstra schreef mee aan het in de omgeving zeer omstreden gemeentelijke beleidskader. De medewerkster van Hofstra en Blaauw moest dus verslag doen van felle kritiek op het werk van haar eigen baas. Deze verslaglegging is nu onderwerp van kritiek. Want van het gespreksverslag dat hij afgelopen week ontving, viel Agema van zijn stoel. ,,Toen omwonenden na afloop van de sessie vroegen hoe het gesprek was verlopen heb ik aangeven dat ik het gevoel had dat de gemeente voor het eerst een luisterend oor had, kennelijk was dit een illusie. De gebrekkige verslaglegging is wat mij betreft een regelrechte deceptie. Indien de gemeente niet in staat is de gesprekstof beter te verwoorden dan denk ik het gesprek opnieuw gevoerd dient te worden en dat we dit gesprek opnemen, zodat de gemeente terug kan luister wat ze anders vergeet.”

Ook Kim Tan was verbaasd over het verslag van het gesprek dat hij had. ,,Onze beste argumenten staan niet in het verslag. Ik ga hier nog wel een reactie op schrijven.”

De woordvoerder van het stadbestuur laat weten dat met veel mensen is gesproken over de energietransitie. ,,Het waren constructieve en inhoudelijk waardevolle gesprekken. De opbrengst gebruiken we voor het maken van het definitieve beleidskader zonneparken dat daarna voor besluitvorming naar de raad gaat.”

Agema was vooral verbaasd over het heilige vuur dat hij aantrof bij de gemeente-ambtenaren en de directeur van Grunneger Power. ,,Ze denken echt dat ze bezig zijn de wereld te redden. Ik raakte verzeild in een ideologische discussie met een van die ambtenaren die zei: ‘Jij vindt toch ook dat de generaties na ons moeten leven en dat de energietransitie daar dringend voor nodig is?’ Dat fanatisme. Ik vind dat echt absurd!”

Het werd, volgens Agema, nog erger: ,,Op een gegeven moment zei Volkers van Grunneger Power dat er in Haren veel mensen wonen met veel geld en veel grond. Zij zouden wat grond in kunnen leveren, vond hij, zodat ook mensen met een krappere beurs die geen zonnepanelen op hun grond kunnen plaatsen de vruchten kunnen plukken van de zonnepanelen.”

Steven Volkers herinnert zich het gesprek iets anders. De directeur van de grootste Groninger energiecoöperatie die zich op de alternatieve energie heeft gestort, zegt dat wat hem betreft ook de bewoners van Haren ‘gegeven hun bovengemiddelde welvaart’ zich in zouden moeten zetten voor de energietransitie, in meest brede zin. ,,Er zijn namelijk veel mensen die het beduidend minder hebben.”

Grond en ruimte zijn schaars in Nederland, stelt Volkers, die bij het gesprek aanwezig was omdat ook organisaties in konden lopen, niet omdat Grunneger Power betrokken is bij de plannenmakerij. ,,We dienen de ruimte die we hebben dus zo goed mogelijk te benutten. We zien steeds vaker dat een kleine minderheid hiervan weet te profiteren ten koste van een grote meerderheid. Wij zijn van mening dat het speculeren met grond voorkomen dient te worden. In het gesprek heb ik de gemeente gevraagd welke grondposities al vergeven zijn en wilde ik weten wat dit betekende. Mogelijk hebben commerciële partijen al pacht- of koopcontracten met grondeigenaren in Haren, dit zou ten nadele van inspraak en eigenaarschap voor bewoners kunnen zijn. De bewoner gaf aan zelf grond te bezitten en hierop paarden te houden. De bewoner gaf aan samen met zijn buren de landschappelijke waarde te willen behouden en dat hij de grond nooit zal willen gebruiken voor zonnepanelen of deze hiervoor te verkopen.”

,,Dat is de grond van de bewoner en uiteraard gaat deze daar zelf over. Ik heb aangegeven dat als alle bewoners in de gemeente en de provincie Groningen geen enkele verandering meer willen zien in hun leefomgeving en de gebouwde omgeving ten behoeve van de energietransitie dan wordt het onmogelijk om onze klimaatdoelen te halen. Met de opmerking van de bewoner dat Haren wordt uitgebuit en de stad haar eigen energie dient op te wekken was ik niet eens. Heel veel mensen van buiten de Stad dus ook uit Haren werken of gaan naar school in de stad. Duurzame energie is niet alleen thuis nodig maar ook voor scholen, bedrijven, fabrieken, winkels, vervoer, ziekenhuizen en horeca. Doordat wij in deze regio een grote stad hebben is er in de stad en daarbuiten economische welvaart. En deze welvaart is niet eerlijk verdeeld dus we dienen met elkaar het oncomfortabele gesprek te voeren over deze verschillen die ik arm en rijk heb genoemd. Dat gaat over groene ruimte voor iedereen, betaalbaar prettig kunnen wonen en de kosten voor energie.”

,,Ik vind dus niet dat er te veel rijke mensen wonen in Haren. Daar vind ik niets van. Ik denk wel dat er veel mensen zijn, zo ook in Haren, die zich onvoldoende realiseren wat hun ecologische voetafdruk is ten opzichte van anderen. Dus als we met zijn allen moeten wennen aan de inpassing van duurzame energie in onze omgeving dan geldt dat voor iedereen. Ook voor de bewoners van Haren. Hoe ziet ons energielandschap van de toekomst eruit? Dit is een verdelingsvraagstuk en ook een kans. We hebben nu de mogelijkheid om het eerlijker en decentraler te doen dan voorheen. Dus wel degelijk initieerde ik met de beste bedoelingen dit ‘oncomfortabele’ gesprek met de bewoner. Hierbij gaan we uiteraard niet over het bezit van anderen.”

Door Bram Hulzebos