Peter Jeltema: ‘Het zweet moet op de goede rug staan’

GRONINGEN - In de nazomer van 2017 nam Peter Jeltema als technisch manager afscheid van FC Groningen. Na acht maanden KNVB kwam hij in het voorjaar terug in zijn oude functie als hoofd opleiding.

Een sabbatical kun je het beslist niet noemen, maar zijn periode bij de voetbalbond heeft Jeltema wel van nieuwe, verfrissende inzichten voorzien. Bij de KNVB kreeg hij een beter beeld van hoe bij de verschillende clubs wordt opgeleid. Hij kreeg er alle opleidingsprogramma’s onder ogen.

Daarvóór, in zijn drie jaren als technisch manager van FC Groningen, maakte hij zich sterk voor meer aandacht en middelen voor de opleiding. Zijn opvolgers, waarvan hij er nu ironisch genoeg zelf eentje is, hadden er profijt van. Met de totstandkoming van het Topsportzorgcentrum beschikt FC Groningen nu over een van de best geoutilleerde opleidingscentra van het land.

Grote veranderingen

We spreken Jeltema op een zaterdagmiddag tussen twee wedstrijden van jeugdteams van FC Groningen. Na het onder 17-team met 4-0 van de leeftijdgenoten van Feyenoord te hebben zien winnen, zoeken we samen even zijn kantoor op om ongestoord te kunnen praten. Het kantoor is gehuisvest op de begane grond van het Topsportzorgcentrum met uitzicht op het trainingsveld van het eerste elftal. Het is een sobere en transparante ruimte met een glazen wand aan de gangzijde.

„Wat er in de opleiding veranderd is sinds de tijd dat ik nog hoofd jeugdopleiding was? Er zijn extra mensen aangetrokken, er zijn meer fulltimers en specialisten. De trainingsprogramma’s zijn anders. Met name de oudere opleidingsteams trainen vaker en ook de inhoud van de trainingen is veranderd. Het atletisch vermogen van onze spelers is toegenomen. De opleiding heeft een mooie ontwikkeling doorgemaakt en dat proces is nog steeds flink gaande.”

„Door de komst van het Topsportzorgcentrum is de samenhang tussen ons eerste elftal en de opleiding vergroot. Talenten krijgen geregeld de kans om met het eerste mee te trainen. Het besef is gegroeid dat je als speler uit de opleiding niet zomaar in het eerste elftal speelt. Daar moet je keihard voor werken. En daarbij moet het zweet op de goede rug staan. Wat ik daarmee bedoel? Op de rug van de speler, niet die van zijn ouders of op die van ons.”

„Aan het eind van de opleiding moet een speler redelijk verzelfstandigd zijn. Hij moet leren zelf initiatieven te nemen, zijn zaakjes kunnen regelen en zelf verantwoordelijk kunnen zijn. Jongere spelers nemen we nog wat meer bij de hand.”

 

Het is moeilijk om van heel jonge sporttalenten te zien hoe goed ze later kunnen worden. ,,Dat blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek”, weet Jeltema.

Vandaar dat FC Groningen opvallende spelers van 7 tot 10 jaar wel uitnodigt voor een haar vier regionale voetbalscholen, maar pas op latere leeftijd de spelers met de meeste potentie in de opleiding neemt.

„Maar we merken in toenemende mate dat veel ouders en spelers zo graag deelgenoot willen zijn van een profclub dat ze niet willen wachten en voor andere clubs kiezen. Dat hun kinderen daarvoor verder moeten reizen en heel vroeg in een ritme van een profclub zitten, blijkt voor de ouders geen bezwaar.”

Het plaatst FC Groningen voor een dilemma. De club wil aan de ene kant kinderen niet te vroeg de opleiding binnenhalen, maar wil tegelijkertijd wel graag de grootste talenten uit de regio aan zich binden.

„Als we niet reageren op die ontwikkelingen, snijden we onszelf in de vingers”, zegt Jeltema. „We voeren nu al een aantal kunstgrepen uit om de grootste talenten aan ons te binden. Voor hen zijn er twee keer per week extra trainingen in onze zogenoemde 11-plus-groep. Er zijn ook al enkele jongens vervroegd de opleiding binnengestroomd.”

Uitsluiten dat FC Groningen ooit een onder-11 team start, wil Jeltema dan ook niet. En helemaal niet als uit onderzoek zou blijken dat dit de beste leeftijd is om met opleiden bij een profclub te beginnen.

Voetbalschool minder

De concurrentie van andere profclubs heeft er al toe geleid dat FC Groningen is gestopt met de voetbalschool in Hoogeveen. „We willen op elk van onze voetbalschoollocaties kwaliteit kunnen leveren. In Hoogeveen bleek dat onvoldoende mogelijk. In die regio kiezen talentjes ook voor Heerenveen, Emmen of PEC Zwolle. We hebben de talentjes van de regio Hoogeveen toegevoegd aan die van in onze school in Assen. Met Bedum, Wildervank, Assen en Roden hebben we nu twee voetbalscholen in Groningen en twee in Drenthe. En dat is goed zo.”

Discussie

FC Groningen neemt met zijn jongste team, voor spelers onder de 12 jaar, mee aan de zogenoemde TwinGames: twee wedstrijdjes tussen ploegen van acht spelers op één veld naast elkaar. De club heeft daarvoor twintig spelers geselecteerd.

Jeltema: ,,We zijn tevreden over de TwinGames. Onze spelers krijgen de juiste weerstand. Er is landelijk wel discussie over de competitieopzet. Sommige clubs willen liever toe naar zeven tegen zeven en anderen naar een regionale competitie. In februari komen alle hoofden opleiding bijeen om over de verschillende jeugdcompetities te praten.”

Tevredenheid en zorgen

Jeltema is tevreden over het weerstandsniveau waar de opleidingsteams van FC Groningen mee te maken hebben. Dat onder 19 zich niet voor de kampioenspoule wist te plaatsen is een gevolg van de keus om de individuele ontwikkeling van spelers boven teamprestaties te stellen. Het team van trainer Marcel van Buuren stond gemiddeld vijf, zes spelers af aan de beloften en dat heeft ongetwijfeld punten gekost. H

et sterk verjongde beloftenteam vertolkt tot dusver op zijn beurt een minder prominente rol in de derde divisie dan vorig jaar. Ook een gevolg van de keuze voor talentontwikkeling.

Ronduit ontevreden is Jeltema over de de competitie waarin de onder 15 uitkomt. Dat team degradeerde vorig seizoen met veel talentvolle, maar fysiek minder sterke eerstejaars naar een van de vier regionale tweede divisies en stuit daarin nu op bijzonder weinig weerstand.

„Ik krijg net door dat ze vanochtend met 10-0 hebben gewonnen. De jongens leren veel meer op de training. Alleen in de wedstrijden tegen de andere profclubs, Go Ahead Eagles en FC Emmen, worden ze serieus getest. We willen dit geen tweede seizoen en dat zal ook niet gebeuren.”, klinkt het beslist.