Een rollercoaster van drugs en prostitutie

VALTHERMOND/EMMEN

Ze kent in haar jonge jaren een leven van seks, drugs en rock en roll, maar wel in de slechts mogelijke zin van het woord. Over een verleden als drugsverslaafde prostituee schreef ze een boek. Haar verhaal.

Van jongs af aan wil Monique de Graaf (49) een boek schrijven. Dat het uiteindelijk dit boek is geworden, had ze toen niet kunnen bedenken. In haar boek praat ze over De Sluipmoordenaar. Als ze dat woord in de mond neemt bedoelt ze drugs. Het gros van haar leven is erdoor bepaald.

Door Vincent Trechsel

Opgegroeid in Groningen sloop ze op 15-jarige leeftijd van huis. Thuis ging het niet goed. Jongerenhuizen boden haar een dak boven het hoofd, al was dat van tijdelijke aard. In de Groninger wijk Beijum kon ze begeleid wonen, waar ze met iemand van een kamer verderop een relatie kreeg. Not done en dus werd het stel eruit gegooid. Vele huizenwissels volgden, maar Jack bleef, zoals Monique de jongen in het boek noemt. Jack was arrogant. Een blaaskaak wel. Maar die kreeg op een gegeven moment wel een eigen huis. Of Monique mee wilde.

Hasj

De baldadige jongeren, die eigenlijk nergens gehoord werden, waagden zich aan hasj en aan wiet. Omdat ze zo centraal in Stad woonden, kregen ze veel bezoek van vrienden die in de buitenwijken van Groningen woonden. Het was bij hun thuis erg gezellig. Hasj en wiet werden niet veel later ingekocht om met goede winst te verkopen. Er werd goed verdiend, het leven leek weer op rolletjes te lopen. Totdat Jack harddrugs ging gebruiken. Monique volgde als vanzelf.

Harddrugs zijn duur en het geld raakte snel op. Vrienden hadden de gouden tip. Die reisden namelijk één keer per maand af naar Den Haag om daar achter de ramen te gaan zitten en met gevulde zakken terug te keren. Die goudmijn moesten Monique en Jack ook maar eens ontdekken. Maar ja, dat hield wel in dat de toen 17-jarige Monique voor goudmijntje moest spelen.

Nerveus

Straten waar de dames van lichte zeden zich in de kijker speelden, kende Monique uit Groningen nog wel, maar altijd als jeugdige passant. Nu moest ze in de dure Haagse Geleenstraat als dienstaanbieder fungeren. De eerste werkdag was spannend en Monique was nerveus. Want hoe gaat dit allemaal in z’n werk? Er was immers geen handleiding die je vertelt hoe je het klantencontact moest oppakken.

In de kleedkamer verruilde het meisje haar dagelijkse kleding voor een wit kanten setje. Haar eerste man was aardig. Sympathiek zelfs. Hij wilde graag gemasseerd worden. Een praatje maken. Veel mannen komen langs voor een gesprek over thuis, de kinderen, het werk. Voor mannen die seks wilden, gebruikte Monique een slimmigheidje. De man van tevoren goed opwinden – wat als vreemdeling naar eigen zeggen heel makkelijk is. Daarna heeft een man niet zo veel meer nodig voordat hij klaar is.

Stoom afblazen

Als gevolg van het constante drugsgebruik – ook tijdens diensturen – waren haar emoties uitgeschakeld. Dat maakte het werk enigszins eenvoudig. De dure Geleenstraat trok een net publiek. Zakenmannetjes die na een lange werkdag nog even stoom moesten afblazen. Als gezelschapsdame een avondje mee de bar in of samen met een vreemde uit eten hoorden daar ook bij. Het leverde haar zo vijfhonderd gulden per keer op.

Cokegebruik gooide echter roet in het eten. Waar eerder gewerkt werd voor de drugs, werden de drugs nu steeds bepalender waardoor tijd voor werken er nog nauwelijks was. De kamerhuur kon niet meer betaald worden. Monique vluchtte naar haar moeder in Emmen. Compleet door mama opgelapt, bleek de drang naar drugs te groot. Den Haag kwam al snel weer in beeld, maar daar was geen appartement meer om in te wonen. Samen met Jack werd er nog een tijd in de auto geleefd. Dat duurde niet heel lang, want vriendlief verkocht die voor drugs.

Onzichtbaar

In weer en wind probeerde Monique omzet te draaien op straat. Daar stond de puber dan, tussen de verslaafden, die ze zo verachtte. Zelf was ze net zo verslaafd. De straat trok een ander soort mannen dan de kamers. Deze mannen wilden ‘onzichtbaar’ hun ding doen. Monique was populair op de Haagse straten. Toch wilden ook hier de mannen soms alleen maar praten. Verhalen over het moeizame huwelijk of het veranderde leven door komst van de kinderen onthield ze en bracht ze bij een volgend bezoek weer ter sprake. Vonden de mannen heel fijn. Er was aandacht voor ze. Ze deden ertoe.

Een zakenman nam haar nog een tijdje in huis en bracht haar uiteindelijk weer naar haar moeder in Emmen. Weer lapte moeders haar dochter op. Terug de samenleving in was toch wel de wens van iedereen. Een opvanghuis in Ees moest daarbij helpen. Daar kwam ze tot rust, al kende ze dat helemaal niet. Inwendig kon ze die rust ook niet aan. Stiekem ging ze dan met een vriend stappen in Groningen, om voor dag en dauw terug te keren. Tamelijk onschuldig.

Diefstal

In Emmen moest ze daarna een bestaan zien op te bouwen. Of beter: in Emmen moest ze weer tot leven komen. Als bijna vanzelfsprekend ging dat mis. Weer die coke, weer het hek van de dam, het riedeltje opnieuw. Nieuw deze keer was echter diefstal waarmee ze in aanraking kwam.. Voor het criminele pad dat ze in de Vlinderstad bewandelde is ze berecht. En God, wat was dat fijn, die gevangenis. Eindelijk structuur in haar leven, eindelijk een veilige plek. Acht maanden vlogen om.

Ze kwam als jonge twintiger vrij en zou nog vele fouten maken, vele verkeerde paden bewandelen, vele foute vriendjes ontmoeten en nog meer slechte keuzes maken. Het is niet verwonderlijk dat deel twee van haar boek al deels is geschreven. Dit eerste boek, dat Het foute pad heet, moet vaste prik worden voor brugklassers, vindt ze. „De kinderen moeten inzien dat drugs dit met je kunnen doen. Juist op die jonge leeftijd. Alleen zeggen dat drugsgebruik slecht is, is niet voldoende.”

Monique heeft het als gezegd over De Sluipmoordenaar wanneer ze drugs bedoelt. Ze is al vele jaren clean, maar is ervan overtuigd dat hij nog ergens op de loer ligt. Toch is ze niet bang. Op de vraag hoe ze terugkijkt op dit deel van haar leven, antwoordt ze: „Ik hoop dat ik nu eens een ander leven krijg”. Misschien is na zoveel ellende vooruitkijken nog het enige juiste.

Bestellen

Het autobiografische boek ‘Het foute pad – Moed, leed en tranen’ is te koop bij de boekhandel of online via boekenbestellen.nl.